BWBR0030938
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2012
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 2, eerste en tweede lid, met uitzondering van de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam bij de Directie Visserij, is bevoegd bij de opsporing van strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993.
2. De in het eerste lid genoemde buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar worden uitgerust met een surveillancehond.
2. De in het eerste lid genoemde buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar worden uitgerust met een surveillancehond.