BWBR0030916
Geldig vanaf 2011-12-23
Artikel 5
Instellingsbesluit Landelijke Commissie Valorisatie
1. Tot leden van de commissie worden per 1 december 2011 benoemd:
a. de heer prof. dr. ir. A.W. Veenman, te Laren, tevens voorzitter, benoemd per 1 augustus 2009;
b. de heer prof. dr. P.M.G. Apers, te Hengelo namens de Technologiestichting STW;
c. de heer dr. B. Leeftink, te Amsterdam, namens de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
d. de heer ir. H.M. le Clercq, te ’s-Gravenhage, namens de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra;
e. de heer prof. dr. R.H. Dijkgraaf, te Amsterdam, namens de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen;
f. de heer prof. dr. ir. A.A. Dijkhuizen, te Wijk bij Duurstede, namens Wageningen UR;
g. de heer prof. dr. J.J. Engelen, te Muiderberg, namens de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijke Onderzoek;
h. mevrouw dr. C.M. Hooymans, te Ede, namens TNO;
i. de heer prof. mr. dr. H. de Jong, te Hengelo, namens de HBO-raad;
j. de heer dr. ir. W. Jouwsma, te Lochem, namens MKB-Nederland;
k. de heer A. Kraaijeveld, te Haarlem, namens de Grote Technologische Instituten;
l. de heer dr.ir. A.J.H.M. Peels te Wijchen, namens de Vereniging van Universiteiten;
m. de heer dr. L.J. Roborgh, te Moergestel, namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
n. de heer dr. R.M. Smit, te Monster;
o. de heer prof. dr. M. Waas, te Zeist;
p. vacature, namens VNO-NCW.
2. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, de heer drs. N.G. Klaasen, te Oegstgeest, ambtenaar bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De secretaris is geen lid van de commissie.
3. De benoeming van de leden geschiedt voor de duur van de commissie.
4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister, in overleg met zijn ambtsgenoot van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, een ander lid benoemen.
a. de heer prof. dr. ir. A.W. Veenman, te Laren, tevens voorzitter, benoemd per 1 augustus 2009;
b. de heer prof. dr. P.M.G. Apers, te Hengelo namens de Technologiestichting STW;
c. de heer dr. B. Leeftink, te Amsterdam, namens de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
d. de heer ir. H.M. le Clercq, te ’s-Gravenhage, namens de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra;
e. de heer prof. dr. R.H. Dijkgraaf, te Amsterdam, namens de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen;
f. de heer prof. dr. ir. A.A. Dijkhuizen, te Wijk bij Duurstede, namens Wageningen UR;
g. de heer prof. dr. J.J. Engelen, te Muiderberg, namens de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijke Onderzoek;
h. mevrouw dr. C.M. Hooymans, te Ede, namens TNO;
i. de heer prof. mr. dr. H. de Jong, te Hengelo, namens de HBO-raad;
j. de heer dr. ir. W. Jouwsma, te Lochem, namens MKB-Nederland;
k. de heer A. Kraaijeveld, te Haarlem, namens de Grote Technologische Instituten;
l. de heer dr.ir. A.J.H.M. Peels te Wijchen, namens de Vereniging van Universiteiten;
m. de heer dr. L.J. Roborgh, te Moergestel, namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
n. de heer dr. R.M. Smit, te Monster;
o. de heer prof. dr. M. Waas, te Zeist;
p. vacature, namens VNO-NCW.
2. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, de heer drs. N.G. Klaasen, te Oegstgeest, ambtenaar bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De secretaris is geen lid van de commissie.
3. De benoeming van de leden geschiedt voor de duur van de commissie.
4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister, in overleg met zijn ambtsgenoot van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, een ander lid benoemen.