BWBR0030870
Geldig vanaf 2011-12-22
Artikel 4
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Private Sector Investeringsprogramma (PSI 2012)
1. In het eerste beoordelingstijdvak kunnen voor PSI Regulier en PSI Plus gezamenlijk verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van EUR 45.000.000. Dit plafond geldt onder het voorbehoud dat de begrotingswetgever voldoende middelen ter beschikking stelt.
2. Voor PSI in de Arabische regio (Algerije, Egypte, Irak, Jemen, Jordanië, Marokko, de Palestijnse gebieden en Tunesië) kunnen verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van EUR 6.000.000. Voor alle overige PSI-landen kunnen verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van EUR 39.000.000.
3. In het tweede beoordelingstijdvak kunnen voor PSI Regulier en PSI Plus gezamenlijk verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van € 50.000.000. Voor PSI in de Arabische regio (Algerije, Egypte, Irak, Jemen, Jordanië, Marokko, de Palestijnse gebieden en Tunesië) kunnen verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van € 6.000.000. Voor alle overige PSI-landen kunnen verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van € 44.000.000. Dit plafond geldt onder het voorbehoud dat de begrotingswetgever voldoende middelen ter beschikking stelt.
2. Voor PSI in de Arabische regio (Algerije, Egypte, Irak, Jemen, Jordanië, Marokko, de Palestijnse gebieden en Tunesië) kunnen verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van EUR 6.000.000. Voor alle overige PSI-landen kunnen verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van EUR 39.000.000.
3. In het tweede beoordelingstijdvak kunnen voor PSI Regulier en PSI Plus gezamenlijk verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van € 50.000.000. Voor PSI in de Arabische regio (Algerije, Egypte, Irak, Jemen, Jordanië, Marokko, de Palestijnse gebieden en Tunesië) kunnen verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van € 6.000.000. Voor alle overige PSI-landen kunnen verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van € 44.000.000. Dit plafond geldt onder het voorbehoud dat de begrotingswetgever voldoende middelen ter beschikking stelt.