BWBR0030850
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 15
Wet wederzijdse bijstand in de Europese Unie bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen 2012
1. Indien Onze Minister besluit gevolg te geven aan het verzoek tot invordering dat betrekking heeft op een schuldvordering als bedoeld in artikel 1, tweede lid, draagt hij een door hem aan te wijzen ontvanger op tot invordering van de schuldvordering over te gaan.
2. Ter zake van de invordering van de schuldvordering, bedoeld in het eerste lid, is de Invorderingswet 1990van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 7, 20, 21, 22, derde lid, 22a, 23, 23a, 25, derde tot en met eenentwintigste lid, 26en 32 tot en met 57 van die wet. De invordering van de schuldvordering geschiedt, met inachtneming van de eerste volzin, met overeenkomstige toepassing van de wettelijke voorschriften en procedures die gelden voor de invordering van een soortgelijke Nederlandse schuldvordering of, bij het ontbreken van een vergelijkbare Nederlandse schuldvordering, met overeenkomstige toepassing van de wettelijke voorschriften en procedures die gelden voor de invordering van de inkomstenbelasting.
3. Onze Minister stelt de verzoekende autoriteit met bekwame spoed in kennis van het gevolg dat aan het verzoek tot invordering is gegeven.
2. Ter zake van de invordering van de schuldvordering, bedoeld in het eerste lid, is de Invorderingswet 1990van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 7, 20, 21, 22, derde lid, 22a, 23, 23a, 25, derde tot en met eenentwintigste lid, 26en 32 tot en met 57 van die wet. De invordering van de schuldvordering geschiedt, met inachtneming van de eerste volzin, met overeenkomstige toepassing van de wettelijke voorschriften en procedures die gelden voor de invordering van een soortgelijke Nederlandse schuldvordering of, bij het ontbreken van een vergelijkbare Nederlandse schuldvordering, met overeenkomstige toepassing van de wettelijke voorschriften en procedures die gelden voor de invordering van de inkomstenbelasting.
3. Onze Minister stelt de verzoekende autoriteit met bekwame spoed in kennis van het gevolg dat aan het verzoek tot invordering is gegeven.