1. De secretaris-generaal wordt toegestaan ondermandaat te verlenen aan:
a. de hoofden van de clusters, bedoeld in artikel 2, onderdelen b tot en met h, van het Organisatiebesluit;
b. de hoofden van de dienstonderdelen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Organisatiebesluit;
c. andere bij het ministerie werkzame ambtenaren, voor zover zij niet ressorteren onder een hoofd van een cluster.
2. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.
3. In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters of door hen aan te wijzen hoofden van andere dienstonderdelen hun (onder)mandaat inzake het nemen van besluiten inzake financieel beheer en het nemen van rechtspositionele besluiten ten aanzien van onder hen ressorterende ambtenaren verder dan één hiërarchisch niveau doorgeven.
4. In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters hun (onder)mandaat inzake de aangelegenheden, bedoeld in
artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit, doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau worden doorgegeven.
5. In afwijking van het tweede lid kunnen de hoofden van de clusters, bedoeld in
artikel 2, onderdelen a en b, van het Organisatiebesluit, het (onder)mandaat inzake verzoeken op grond van de
Wet bescherming persoonsgegevens, verzoeken op grond van de
Wet openbaarheid van bestuur, verzoeken op grond van de
Wet hergebruik van overheidsinformatie, klachten, subsidiebesluiten, beleidsregels en, met inachtneming van artikel 2, onderdeel f, Nationale ombudsmanprocedures, doorgeven aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. Het ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau worden doorgegeven.
6. In afwijking van het tweede lid kunnen het hoofd van het cluster, bedoeld in
artikel 2, onderdeel f, van het Organisatiebesluit, en de door deze aan te wijzen hoofden van andere dienstonderdelen hun ondermandaat inzake het nemen van besluiten op het terrein van de vreemdelingenwetgeving en van de
Rijkswet op het Nederlanderschapverder dan één hiërarchisch niveau doorgeven.