BWBR0030723
Geldig vanaf 2012-12-07
Artikel 4
Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs
1. De directeur van het Kabinet is bevoegd om namens de minister de bevoegdheden, genoemd in bijlage 1, uit te oefenen ten aanzien van de personeelsleden werkzaam bij het Kabinet.
2. De uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in bijlage 1, geschiedt met inachtneming van de algemene en bijzondere voor de rijksdienst vastgestelde regels, nadere regels voor lokale arbeidskrachten, nadere regels voor zogenoemde uitgezonden personeelsleden en rekening houdend met de bijzondere staatsrechtelijke positie van het Kabinet.
3. De directeur van het Kabinet zendt de minister jaarlijks vóór 1 april een verslag omtrent de uitgeoefende bevoegdheden, genoemd in bijlage 1.
2. De uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in bijlage 1, geschiedt met inachtneming van de algemene en bijzondere voor de rijksdienst vastgestelde regels, nadere regels voor lokale arbeidskrachten, nadere regels voor zogenoemde uitgezonden personeelsleden en rekening houdend met de bijzondere staatsrechtelijke positie van het Kabinet.
3. De directeur van het Kabinet zendt de minister jaarlijks vóór 1 april een verslag omtrent de uitgeoefende bevoegdheden, genoemd in bijlage 1.