BWBR0030643
Geldig vanaf 2016-06-15
Artikel 2a
Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving 2012
1. Het hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning, en de door het hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, genoemd in artikel 1, worden aangewezen als de ambtenaren, bedoeld in artikel 4 van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, voor zover het betreft de verwerking van gegevens met het oog op de wederzijdse bijstand bij de handhaving, bedoeld in artikel 10 van die wet.
2. Het hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning, en de door het hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, genoemd in artikel 1, zijn bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, voor zover het betreft wederzijdse bijstand, bedoeld in Hoofdstuk VI van de handhavingsrichtlijn, bedoeld in artikel 1 van die weten verplicht tot het doen van invorderingen en kennisgevingen op grond van het tweede lid van dat artikel.
2. Het hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning, en de door het hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, genoemd in artikel 1, zijn bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, voor zover het betreft wederzijdse bijstand, bedoeld in Hoofdstuk VI van de handhavingsrichtlijn, bedoeld in artikel 1 van die weten verplicht tot het doen van invorderingen en kennisgevingen op grond van het tweede lid van dat artikel.