BWBR0030605
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 12
Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen
1. Een meetinrichting voor gas die is geplaatst na inwerkingtreding van artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b en d tot en met f, en voor inwerkingtreding van artikel 5, eerste lid, onderdeel c, behoeft niet te voldoen aan artikel 5, eerste lid, onderdeel c.
2. Een meetinrichting voor gas die is geplaatst na inwerkingtreding van artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b en d tot en met f, en voor inwerkingtreding van artikel 5, onderdeel g, behoeft niet te voldoen aan artikel 5, onderdeel g.
3. Een meetinrichting voor gas die is geplaatst in de periode na inwerkingtreding van artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b en d tot en met fen voor inwerkingtreding van artikel 5, tweede lid, behoeft na inwerkingtreding van artikel 5, tweede lid, niet te voldoen aan artikel 5, tweede lid. Indien de meetinrichting op grond van de eerste volzin niet voldoet aan artikel 5, tweede lid, wordt aan de afnemer duidelijk, tijdig en controleerbaar gecommuniceerd of de functionaliteit genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, is ingeschakeld of uitgeschakeld.
4. Een meetinrichting voor gas die is geplaatst na inwerkingtreding van artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b en d tot en met f, en voor inwerkingtreding van artikel 5, derde lid, behoeft niet te voldoen aan artikel 5, derde lid.
2. Een meetinrichting voor gas die is geplaatst na inwerkingtreding van artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b en d tot en met f, en voor inwerkingtreding van artikel 5, onderdeel g, behoeft niet te voldoen aan artikel 5, onderdeel g.
3. Een meetinrichting voor gas die is geplaatst in de periode na inwerkingtreding van artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b en d tot en met fen voor inwerkingtreding van artikel 5, tweede lid, behoeft na inwerkingtreding van artikel 5, tweede lid, niet te voldoen aan artikel 5, tweede lid. Indien de meetinrichting op grond van de eerste volzin niet voldoet aan artikel 5, tweede lid, wordt aan de afnemer duidelijk, tijdig en controleerbaar gecommuniceerd of de functionaliteit genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, is ingeschakeld of uitgeschakeld.
4. Een meetinrichting voor gas die is geplaatst na inwerkingtreding van artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b en d tot en met f, en voor inwerkingtreding van artikel 5, derde lid, behoeft niet te voldoen aan artikel 5, derde lid.