BWBR0030600
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 4
Besluit veiligheid lage druk gastransport
1. Een netbeheerder heeft een veiligheidsmanagementsysteem waarmee voorvallen waardoor nadelige gevolgen voor de mens of het milieu kunnen ontstaan zoveel mogelijk worden voorkomen, en de nadelige gevolgen voor de mens of het milieu van voorvallen zoveel mogelijk worden beperkt.
2. Een veiligheidsmanagementsysteem bevat in ieder geval:
a. de missie, visie en strategie van de netbeheerder met betrekking tot het beheersen van de veiligheid van de mens en het milieu;
b. de doelstellingen en plannen met betrekking tot het beheersen van de veiligheid voor de mens en het milieu;
c. een beschrijving van de voorwaardenscheppende, ondersteunende en controlerende processen, waaronder een risico-inventarisatie en risico-evaluatie met betrekking tot het beheersen van de veiligheid voor de mens en het milieu;
d. een beschrijving van de implementatie en realisatie van systematische en gecoördineerde activiteiten met betrekking tot het beheer van de bedrijfsmiddelen ter beheersing van de veiligheid voor de mens en het milieu;
e. een beschrijving van het proces en de doelstellingen van de directiebeoordeling, waaronder tevens begrepen de beoordeling door de leiding van het meest betrokken bedrijfsonderdeel;
f. een beschrijving van de procedures voor het identificeren van verbetermaatregelen met betrekking tot het veiligheidsmanagementsysteem en het ontwikkelen, prioriteren en implementeren van de verbetermaatregelen.
3. Bij het continue verbeterproces van het veiligheidsmanagementsysteem, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van de op grond van artikel 8, derde lid, van de Gaswetvastgestelde veiligheidsindicatoren.
2. Een veiligheidsmanagementsysteem bevat in ieder geval:
a. de missie, visie en strategie van de netbeheerder met betrekking tot het beheersen van de veiligheid van de mens en het milieu;
b. de doelstellingen en plannen met betrekking tot het beheersen van de veiligheid voor de mens en het milieu;
c. een beschrijving van de voorwaardenscheppende, ondersteunende en controlerende processen, waaronder een risico-inventarisatie en risico-evaluatie met betrekking tot het beheersen van de veiligheid voor de mens en het milieu;
d. een beschrijving van de implementatie en realisatie van systematische en gecoördineerde activiteiten met betrekking tot het beheer van de bedrijfsmiddelen ter beheersing van de veiligheid voor de mens en het milieu;
e. een beschrijving van het proces en de doelstellingen van de directiebeoordeling, waaronder tevens begrepen de beoordeling door de leiding van het meest betrokken bedrijfsonderdeel;
f. een beschrijving van de procedures voor het identificeren van verbetermaatregelen met betrekking tot het veiligheidsmanagementsysteem en het ontwikkelen, prioriteren en implementeren van de verbetermaatregelen.
3. Bij het continue verbeterproces van het veiligheidsmanagementsysteem, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van de op grond van artikel 8, derde lid, van de Gaswetvastgestelde veiligheidsindicatoren.