BWBR0030597
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 3
Regeling kasbeheer 2012
1. De betalingsordonnateur geeft de kasbeheerder opdrachten tot het verrichten van de betalingen die uit de financiële verplichtingen van het Rijk voortvloeien.
2. De vorderingenordonnateur geeft de kasbeheerder opdrachten tot het innen van de ontvangsten die uit de invorderbaar gestelde vorderingen van het Rijk voortvloeien.
3. De betalingsordonnateur stelt, voordat hij een opdracht tot betaling geeft, vast:
a. of er voldoende budget is;
b. of de noodzaak tot betaling bestaat;
c. bij privaatrechtelijke betalingen of de prestatie door de wederpartij is geleverd;
d. bij publiekrechtelijke betalingen of de wederpartij aan de voorwaarden van de toekenningsbeschikking heeft voldaan.
4. In afwijking van het derde lid, aanhef en onder c, kan voor privaatrechtelijke betalingen tot hoogstens het grensbedrag, bedoeld in het vijfde lid, het vaststellen of de prestatie door de wederpartij is geleverd achterwege blijven, mits:
a. op basis van risico-inschatting in de administratieve organisatie is vastgelegd bij welke categorieën privaatrechtelijke betalingen en bij welk bedrag het achterwege laten van de prestatieverklaringen is toegestaan;
b. de levering van de prestaties voor de betalingen, bedoeld onder a, na het verrichten van de betaling steekproefsgewijs worden vastgesteld;
c. de inrichting, de omvang, de periodiciteit, de criteria en de evaluatie van de steekproef in de administratieve organisatie zijn vastgelegd;
d. de risico-inschatting periodiek wordt geëvalueerd.
5. In afwijking van het derde lid, aanhef en onder b en c, kan bij de vaststelling van de noodzaak tot betaling en de vaststelling of de prestatie door de wederpartij is geleverd bij privaatrechtelijke betalingen de hoogte van het bedrag ten hoogste tien procent met een maximum van € 1.000 inclusief btw afwijken van het bedrag waartegen de goederen of diensten zijn besteld of de prestatie is geleverd, mits in de administratieve organisatie is vastgelegd:
a. bij welke categorieën goederen en diensten, tot welk percentage en tot welk bedrag de afwijking op basis van risico-inschatting wordt toegepast;
b. wat de onderbouwing van de risico-inschatting per categorie goederen en diensten is, inclusief de onderbouwing van de beoogde doelmatigheidswinst, en deze waar mogelijk te kwantificeren;
c. op welke wijze de verantwoordelijkheden, de monitoring en de periodieke evaluatie van de risico-inschatting en de controle van de opzet en werking van de maatregelen, bedoeld onder a en b, zijn ingericht.
6. Met de schriftelijke instemming van de Minister van Financiën kan worden afgeweken van het percentage en het maximum bedrag, genoemd in artikel 3, vijfde lid, aanhef. De Minister van Financiën verleent de instemming na overleg met de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer.
7. Onze Minister van Financiën schrijft het grensbedrag voor privaatrechtelijke betalingen, voor.
8. De resultaten van de verificatie worden controleerbaar vastgelegd.
9. De vorderingenordonnateur draagt zorg voor een deugdelijke verificatie van het recht op de vorderingen, voordat hij een vordering invorderbaar stelt.
2. De vorderingenordonnateur geeft de kasbeheerder opdrachten tot het innen van de ontvangsten die uit de invorderbaar gestelde vorderingen van het Rijk voortvloeien.
3. De betalingsordonnateur stelt, voordat hij een opdracht tot betaling geeft, vast:
a. of er voldoende budget is;
b. of de noodzaak tot betaling bestaat;
c. bij privaatrechtelijke betalingen of de prestatie door de wederpartij is geleverd;
d. bij publiekrechtelijke betalingen of de wederpartij aan de voorwaarden van de toekenningsbeschikking heeft voldaan.
4. In afwijking van het derde lid, aanhef en onder c, kan voor privaatrechtelijke betalingen tot hoogstens het grensbedrag, bedoeld in het vijfde lid, het vaststellen of de prestatie door de wederpartij is geleverd achterwege blijven, mits:
a. op basis van risico-inschatting in de administratieve organisatie is vastgelegd bij welke categorieën privaatrechtelijke betalingen en bij welk bedrag het achterwege laten van de prestatieverklaringen is toegestaan;
b. de levering van de prestaties voor de betalingen, bedoeld onder a, na het verrichten van de betaling steekproefsgewijs worden vastgesteld;
c. de inrichting, de omvang, de periodiciteit, de criteria en de evaluatie van de steekproef in de administratieve organisatie zijn vastgelegd;
d. de risico-inschatting periodiek wordt geëvalueerd.
5. In afwijking van het derde lid, aanhef en onder b en c, kan bij de vaststelling van de noodzaak tot betaling en de vaststelling of de prestatie door de wederpartij is geleverd bij privaatrechtelijke betalingen de hoogte van het bedrag ten hoogste tien procent met een maximum van € 1.000 inclusief btw afwijken van het bedrag waartegen de goederen of diensten zijn besteld of de prestatie is geleverd, mits in de administratieve organisatie is vastgelegd:
a. bij welke categorieën goederen en diensten, tot welk percentage en tot welk bedrag de afwijking op basis van risico-inschatting wordt toegepast;
b. wat de onderbouwing van de risico-inschatting per categorie goederen en diensten is, inclusief de onderbouwing van de beoogde doelmatigheidswinst, en deze waar mogelijk te kwantificeren;
c. op welke wijze de verantwoordelijkheden, de monitoring en de periodieke evaluatie van de risico-inschatting en de controle van de opzet en werking van de maatregelen, bedoeld onder a en b, zijn ingericht.
6. Met de schriftelijke instemming van de Minister van Financiën kan worden afgeweken van het percentage en het maximum bedrag, genoemd in artikel 3, vijfde lid, aanhef. De Minister van Financiën verleent de instemming na overleg met de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer.
7. Onze Minister van Financiën schrijft het grensbedrag voor privaatrechtelijke betalingen, voor.
8. De resultaten van de verificatie worden controleerbaar vastgelegd.
9. De vorderingenordonnateur draagt zorg voor een deugdelijke verificatie van het recht op de vorderingen, voordat hij een vordering invorderbaar stelt.