1. De buitengewoon opsporingsambtenaar, als bedoeld in artikel 2, is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein II Milieu, welzijn en infrastructuur, van
bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste en tweede lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste of tweede lid genoemde domein.