BWBR0030454
Geldig vanaf 2011-09-24
Artikel 3
Anticumulatieregeling PAS Rechterlijke Macht
1. De rechterlijk ambtenaar is verplicht van op of na het tijdstip, waarop de werktijd overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0006530/artikel/8d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8d, eerste of tweede lid</a>, is teruggebracht, ter hand te nemen of reeds ter hand genomen arbeid of bedrijf mededeling te doen aan functionele autoriteit, onder opgave, voor zover mogelijk, van de inkomsten die hij uit die werkzaamheden zal genieten.
2. Indien de inkomsten niet vooraf kunnen worden vastgesteld, doet de rechterlijk ambtenaar maandelijks voorafgaand aan de salarisbetaling, opgave van de inkomsten die hij sinds de vorige opgave heeft genoten.
3. Indien de inkomsten slechts over een langere termijn kunnen worden vastgesteld, doet de rechterlijk ambtenaar dienovereenkomstig opgave en wordt, onder voorbehoud van verrekening aan het eind van de desbetreffende termijn, op het salaris een voorlopig vastgesteld bedrag in mindering gebracht met overeenkomstige toepassing van het tweede en derde lid.
2. Indien de inkomsten niet vooraf kunnen worden vastgesteld, doet de rechterlijk ambtenaar maandelijks voorafgaand aan de salarisbetaling, opgave van de inkomsten die hij sinds de vorige opgave heeft genoten.
3. Indien de inkomsten slechts over een langere termijn kunnen worden vastgesteld, doet de rechterlijk ambtenaar dienovereenkomstig opgave en wordt, onder voorbehoud van verrekening aan het eind van de desbetreffende termijn, op het salaris een voorlopig vastgesteld bedrag in mindering gebracht met overeenkomstige toepassing van het tweede en derde lid.