BWBR0030430
Geldig vanaf 2013-09-23
Artikel 6
Beleidsregel handhaving verordening (EG) nr. 261/2004 inzake passagiersrechten luchtvaart
1. De luchtvaartmaatschappij die een beroep doet op buitengewone omstandigheden of die een verzoek indient als bedoeld in artikel 5, toont aan dat zij deze omstandigheden zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen niet had kunnen voorkomen door het treffen van maatregelen die op het tijdstip van de buitengewone omstandigheden voldeden aan voorwaarden die voor de betrokken luchtvaartmaatschappij technisch en economisch aanvaardbaar zijn.
2. De luchtvaartmaatschappij kan de buitengewone omstandigheden aantonen door, voor zover van belang voor de betreffende vlucht, kopieën van de volgende documenten aan de ILT over te leggen:
– het rapport van de piloot,
– inspectierapporten,
– reparatierapporten,
– weerrapporten,
– rapporten van operaties,
– rapporten van grondafhandeling.
Zo nodig kan de ILT ook andere documenten opvragen.
2. De luchtvaartmaatschappij kan de buitengewone omstandigheden aantonen door, voor zover van belang voor de betreffende vlucht, kopieën van de volgende documenten aan de ILT over te leggen:
– het rapport van de piloot,
– inspectierapporten,
– reparatierapporten,
– weerrapporten,
– rapporten van operaties,
– rapporten van grondafhandeling.
Zo nodig kan de ILT ook andere documenten opvragen.