BWBR0030390
Geldig vanaf 2011-09-07
Artikel 11
Tijdelijke subsidieregeling IGRAC
1. Voorts kan de minister bij de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:
a. het geven van bekendheid aan de gesubsidieerde projecten en producten alsmede aan de resultaten ervan;
b. het zonder vergoeding aan de minister of een door de minister aangewezen derde verstrekken van door de minister benodigde, op gesubsidieerde projecten en producten gerichte informatie;
c. het verkrijgen van andere financiële middelen;
d. het uitbrengen van een verslag omtrent de voortgang van de uitvoering van de activiteiten steeds na afloop van een periode van twaalf maanden; en
e. andere verplichtingen die de minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.
2. Tevens draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat:
a. een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde activiteiten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds; en
b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol.
a. het geven van bekendheid aan de gesubsidieerde projecten en producten alsmede aan de resultaten ervan;
b. het zonder vergoeding aan de minister of een door de minister aangewezen derde verstrekken van door de minister benodigde, op gesubsidieerde projecten en producten gerichte informatie;
c. het verkrijgen van andere financiële middelen;
d. het uitbrengen van een verslag omtrent de voortgang van de uitvoering van de activiteiten steeds na afloop van een periode van twaalf maanden; en
e. andere verplichtingen die de minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.
2. Tevens draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat:
a. een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde activiteiten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds; en
b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol.