BWBR0030384
Geldig vanaf 2011-09-01
Artikel 4
Instellingsbesluit Nederlands Comité voor Ondernemerschap en Financiering
1. Het Comité stelt zijn eigen werkwijze schriftelijk vast.
2. De minister voorziet in het secretariaat van het Comité.
3. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het Comité geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van het Comité opgeborgen in het archief van dat ministerie.
4. Het Comité verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
2. De minister voorziet in het secretariaat van het Comité.
3. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het Comité geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van het Comité opgeborgen in het archief van dat ministerie.
4. Het Comité verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.