BWBR0030372
Geldig vanaf 2011-10-01
Artikel 8
Regeling bewijzen van luchtwaardigheid
Voor een luchtvaartuig dat is vervaardigd in een staat, waarmee Nederland een overeenkomst heeft gesloten inzake wederzijdse erkenning van bewijzen van luchtwaardigheid en dat wordt geïmporteerd uit een staat waarmee de minister geen overeenkomst heeft gesloten inzake wederzijdse erkenning van bewijzen van luchtwaardigheid, worden ten behoeve van de afgifte van een ICAO-standaard-BvL, de in artikel 5genoemde gegevens ingediend en daarnaast de volgende documenten overgelegd:
a. het destijds door de staat, waarin het luchtvaartuig is vervaardigd, afgegeven BvL voor export;
b. documenten waaruit blijkt dat het luchtvaartuig in overeenstemming is met het door de minister geaccepteerd type-ontwerp, dan wel met een aanvullend type-certificaat dat voor het type-ontwerp is afgegeven;
c. documenten waaruit blijkt dat de van toepassing zijnde luchtwaardigheidsaanwijzingen als bedoeld in artikel 9 zijn uitgevoerd; en
d. documenten waaruit blijkt dat het luchtvaartuig na inspectie luchtwaardig is bevonden en geschikt voor veilige operatie.
a. het destijds door de staat, waarin het luchtvaartuig is vervaardigd, afgegeven BvL voor export;
b. documenten waaruit blijkt dat het luchtvaartuig in overeenstemming is met het door de minister geaccepteerd type-ontwerp, dan wel met een aanvullend type-certificaat dat voor het type-ontwerp is afgegeven;
c. documenten waaruit blijkt dat de van toepassing zijnde luchtwaardigheidsaanwijzingen als bedoeld in artikel 9 zijn uitgevoerd; en
d. documenten waaruit blijkt dat het luchtvaartuig na inspectie luchtwaardig is bevonden en geschikt voor veilige operatie.