BWBR0030312
Geldig vanaf 2011-07-30
Artikel 3
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst
1. De plaatsvervangend directeur-generaal maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur-generaal;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal zijn toevertrouwd.
2. De directeur Rijksvoorlichtingsdienst maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal of de plaatsvervangend directeur-generaal zijn toevertrouwd.
a. bij afwezigheid van de directeur-generaal;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal zijn toevertrouwd.
2. De directeur Rijksvoorlichtingsdienst maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:
a. bij afwezigheid van de directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal;
b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal of de plaatsvervangend directeur-generaal zijn toevertrouwd.