1. De coördinator en de plaatsvervangend coördinator wordt volmacht en machtiging verstrekt tot het verrichten van handelingen die betrekking hebben op de projectuitgaven of de materiële begroting binnen de DPC voor zover dit per geval de vijfentwintigduizend euro niet te boven gaat.
2. Een functionaris zoals bedoeld in het eerste lid maakt van de aan hem verleende volmacht en machtiging uitsluitend gebruik voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot zijn werkterrein en naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat deze behoren te worden afgedaan door de (plaatsvervangend) directeur.
3. De aan de directeur krachtens de
artikelen 7en
9 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zakenverleende bevoegdheid tot het nemen van beslissingen op het gebied van het personeelsbeleid, waaronder begrepen aanstelling, schorsing en beloningen, wordt verleend aan de coördinator.
4. De aan de directeur krachtens de
artikelen 7en
9 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zakenverleende bevoegdheid tot het nemen van beslissingen op het gebied van het personeelsbeleid wordt verleend aan de plaatsvervangend coördinator voor zover het gaat om:
a. het aanstellen, belonen, het verlenen van vakantie, kort buitengewoon verlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof;
b. het verlenen van eervol ontslag op verzoek van de medewerker;
c. het goedkeuren van IKAP-aanvragen;
d. het goedkeuren van declaraties betreffende reis- en verblijfskosten binnen Nederland.
5. De bevoegdheden worden nader bepaald door en uitgeoefend met inachtneming van:
a. departementale procedures, richtlijnen en aanwijzingen;
b. nadere procedures en instructies van de directeur.