BWBR0030309
Geldig vanaf 2011-10-01
Artikel 2
Besluit aanwijzing en opleidingeisen nautisch personeel scheepvaartverkeerswet
Voor de toepassing van de artikelen 2en 4 van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeeris, binnen de voor hem vastgestelde taakomschrijving, bevoegd tot het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen:
a. de persoon die binnen het functiegebouw van het Rijk een functie van medewerker operationeel verkeersmanagement nautisch vervult bij een bevoegd gezag en die: 1. als nautisch verkeersleider op een verkeerscentrale of op een verkeerspost werkzaam is nadat hij de examens, bedoeld in artikel 3 van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer, heeft behaald; of
2. in een andere functie dan nautisch verkeersleider werkzaam is, nadat hij de voor zijn specifieke functie vastgestelde modules van de Nautische leerlijnen, bedoeld in artikel 3, met goed gevolg heeft doorlopen; en
1. als nautisch verkeersleider op een verkeerscentrale of op een verkeerspost werkzaam is nadat hij de examens, bedoeld in artikel 3 van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer, heeft behaald; of
2. in een andere functie dan nautisch verkeersleider werkzaam is, nadat hij de voor zijn specifieke functie vastgestelde modules van de Nautische leerlijnen, bedoeld in artikel 3, met goed gevolg heeft doorlopen; en
b. de certificaatloods, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van het Besluit certificaatloodsen, vanaf een andere locatie als bedoeld in onderdeel a, onder 1, binnen het Nederlandse gedeelte van de territoriale zee met uitzondering van de aanloopgebieden, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van het Scheepvaartreglement territoriale zee, na een daartoe strekkende opdracht van de directeur Kustwacht en indien hij in het bezit is van het certificaat VTS-supplement for certified northsea pilots.
a. de persoon die binnen het functiegebouw van het Rijk een functie van medewerker operationeel verkeersmanagement nautisch vervult bij een bevoegd gezag en die: 1. als nautisch verkeersleider op een verkeerscentrale of op een verkeerspost werkzaam is nadat hij de examens, bedoeld in artikel 3 van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer, heeft behaald; of
2. in een andere functie dan nautisch verkeersleider werkzaam is, nadat hij de voor zijn specifieke functie vastgestelde modules van de Nautische leerlijnen, bedoeld in artikel 3, met goed gevolg heeft doorlopen; en
1. als nautisch verkeersleider op een verkeerscentrale of op een verkeerspost werkzaam is nadat hij de examens, bedoeld in artikel 3 van het Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer, heeft behaald; of
2. in een andere functie dan nautisch verkeersleider werkzaam is, nadat hij de voor zijn specifieke functie vastgestelde modules van de Nautische leerlijnen, bedoeld in artikel 3, met goed gevolg heeft doorlopen; en
b. de certificaatloods, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van het Besluit certificaatloodsen, vanaf een andere locatie als bedoeld in onderdeel a, onder 1, binnen het Nederlandse gedeelte van de territoriale zee met uitzondering van de aanloopgebieden, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van het Scheepvaartreglement territoriale zee, na een daartoe strekkende opdracht van de directeur Kustwacht en indien hij in het bezit is van het certificaat VTS-supplement for certified northsea pilots.