BWBR0030274
Geldig vanaf 2011-07-22
Artikel 2
Regeling implementatie richtlijn nr. 2009/71/Euratom inzake nucleaire veiligheid
1. De vergunninghouder zorgt dat de nucleaire veiligheid van de onder zijn beheer zijnde kerninstallatie continu op systematische en verifieerbare wijze wordt onderzocht en geëvalueerd.
2. De vergunninghouder betrekt bij de onderzoeken en evaluaties de voor de desbetreffende kerninstallatie:
a. relevante ontwikkelingen en inzichten inzake de nucleaire veiligheid van vergelijkbare installaties in binnen- en buitenland;
b. de mogelijkheden de nucleaire veiligheid te verbeteren.
3. De vergunninghouder houdt de weerslag van de onderzoeken en evaluaties systematisch bij en zorgt dat deze op toegankelijke wijze bewaard blijven.
4. De vergunninghouder doet iedere tien jaar verslag aan de Minister inzake de nucleaire veiligheid van de onder zijn beheer zijnde kerninstallatie op basis van de onderzoeken en evaluaties.
5. Onverminderd het vierde lid kan de Minister de vergunninghouder opdragen tussentijds verslag te doen indien dat naar zijn oordeel met het oog op de nucleaire veiligheid wenselijk is.
2. De vergunninghouder betrekt bij de onderzoeken en evaluaties de voor de desbetreffende kerninstallatie:
a. relevante ontwikkelingen en inzichten inzake de nucleaire veiligheid van vergelijkbare installaties in binnen- en buitenland;
b. de mogelijkheden de nucleaire veiligheid te verbeteren.
3. De vergunninghouder houdt de weerslag van de onderzoeken en evaluaties systematisch bij en zorgt dat deze op toegankelijke wijze bewaard blijven.
4. De vergunninghouder doet iedere tien jaar verslag aan de Minister inzake de nucleaire veiligheid van de onder zijn beheer zijnde kerninstallatie op basis van de onderzoeken en evaluaties.
5. Onverminderd het vierde lid kan de Minister de vergunninghouder opdragen tussentijds verslag te doen indien dat naar zijn oordeel met het oog op de nucleaire veiligheid wenselijk is.