BWBR0030241
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 15
Regeling prestaties en tarieven medisch specialistische zorg
Informatieverplichting bij declaratie Geen andere versie om mee te vergelijken 15.1 Informatieverplichting bij declaratie van DBC-zorgproducten Bij het declareren wordt de voorgeschreven wijze van codering toegepast. Declaraties vermelden in ieder geval de navolgende gegevens: a. DBC-zorgproduct startdatum: Er wordt onderscheid gemaakt tussen initiële subtrajecten en vervolg subtrajecten. Alle subtrajecten vormen een afzonderlijk DBC-zorgproduct en hebben een eigen startdatum. b. DBC-zorgproduct einddatum: Er wordt onderscheid gemaakt tussen initiële subtrajecten en vervolg subtrajecten. Alle subtrajecten vormen een afzonderlijk DBC-zorgproduct en hebben een eigen einddatum. c. (Typerende) Diagnose: De typerende diagnose is de diagnose waarmee de geleverde zorg over de te declareren periode (is het subtraject) is getypeerd. d. DBC-declaratiecode: 6-cijferige code waarmee een relatie wordt gelegd tussen het zorgproduct en het gereguleerde tarief of de afgesproken prijs van het DBC-zorgproduct. In het A-segment wordt aan elk DBC-zorgproduct een DBC-declaratiecode uit de NZa-tariefgroep 14 (verzekerde zorg) en / of 16 (niet verzekerde zorg) gekoppeld. Aan elk individueel DBC-zorgproduct in het B-segment wordt een DBC-declaratiecode uit de NZa-tariefgroep 15 (verzekerde zorg) en / of 17 (niet verzekerde zorg) gekoppeld. e. Subtrajectnummer: Een uniek nummer waarmee het subtraject binnen de instelling wordt geïdentificeerd. Dit nummer kan automatisch worden gegenereerd door het registratiesysteem. f. Hash-code: Een code welke aangeeft dat de prestatie door een grouper is afgeleid. g. Kostenbedrag en honorariumbedrag: op de declaratie dient het totale DBC-zorgproduct tarief uitgesplitst te zijn in een kostenbedrag voor de zorginstelling, en een totaalbedrag voor de honoraria voor de medisch specialistische zorg. Het totaalbedrag voor de honoraria voor de medisch specialistische zorg is de optelling van de honorariumbedragen per specialisme. h. DBC-zorgproductcode: De DBC-Zorgproductcode is opgebouwd uit een DBC-Zorgproductgroepcode (zes posities) aangevuld met de code van het DBC-zorgproduct binnen de groep (drie posities). i. AGB-code uitvoerend specialisme: De AGB-code van het specialisme wordt weergegeven middels de AGB-subberoepsgroep indeling (de AGB-code van de hoofdbehandelaar is hierbij leidend). Deze AGB-code bestaat uit 4 postities. j. Lekenomschrijving: op de declaratie van de zorginstelling aan de patiënt dient voor DBC-zorproducten de zogenaamde lekenomschrijving te worden opgenomen. k. Type verwijzer: op de declaratie dient het type verwijzer vermeld te worden naar onderstaande classificatie: 1. Zelfverwijzer SEH (een patiënt die zich meldt bij de SEH zonder verwijzing). 2. Zelfverwijzer niet-SEH (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek zonder verwijzing). 3. Verwezen patiënt SEH (Een patiënt die zich meldt bij de SEH met een verwijzing). 4. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerstelijn (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing vanuit de eerstelijn). 5. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit ander specialisme binnen dezelfde instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van een ander medisch specialisme binnen dezelfde instelling). 6. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit andere instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van andere instelling). 7. Eigen patiënt (bijvoorbeeld ingeval vervolgtraject of nieuwe zorgvraag van eigen patiënt). 8. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerstelijn, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijvoorbeeld ingeval van optometristen). l. AGB-code verwijzer: Indien er sprake is van type verwijzer zoals genoemd onder k3, k4, k6, dient op de declaratie van de zorginstelling de AGB-code van de verwijzer te worden opgenomen. Indien er sprake is van een type verwijzer zoals genoemd onder k1, k2, k5, k7, k8 kan de AGB-code van de verwijzer niet vermeld worden. m. AGB-code verwijzend specialisme: Indien er sprake is van type verwijzer zoals genoemd onder k5 of k6 dient op de declaratie van de zorginstelling de AGB-code van het verwijzende specialisme te worden opgenomen. Indien er sprake is van een type verwijzer zoals genoemd onder k7 dient bij dit onderdeel de eigen AGB-specialismecode te worden vermeld. Indien er sprake is van een type verwijzer zoals genoemd onder k1, k2, k3, k4, k8 kan de AGB-code van het verwijzende specialisme niet vermeld worden. n. Afsluitreden: De afsluitreden wordt gecodeerd volgens de afsluitreden tabel en geeft de reden van sluiting van het traject weer. De afsluitreden kan volledig automatisch door de lokale ziekenhuisapplicaties worden afgeleid. o. Indicatie machtiging: middels ‘ja’ of ‘nee’ wordt op de nota aangegeven of de declaratie zorgactiviteiten bevat waarvoor een machtiging is vereist. 15.2 Informatieverplichting bij declaratie van overige zorgproducten Bij het declareren wordt de voorgeschreven wijze van codering toegepast. Declaraties vermelden indien van toepassing de in dit artikel vermelde gegevens. In artikel 15.3 wordt per soort overig zorgproduct middels een ‘x’ aangegeven welk van de onderstaande onderdelen a t/m i minimaal moeten worden vermeld bij de declaratie van het overige zorgproduct. a. Uitvoerdatum: De uitvoerdatum van de zorgactiviteit. b. Subtrajectnummer: Een uniek nummer waarmee het subtraject binnen de instelling wordt geïdentificeerd. Dit nummer kan automatisch worden gegenereerd door het registratiesysteem. c. Aantal gebruikte milligram (de gedeclareerde hoeveelheid). d. DBC-Zorgproductcode: De zorgproductcode is de zorgactiviteitcode (zes posities). e. AGB-code uitvoerend specialisme: De AGB-code van het specialisme wordt weergegeven middels de AGB-subberoepsgroep indeling (de AGB-code van de hoofdbehandelaar is hierbij leidend). Deze AGB-code bestaat uit 4 posities. f. Lekenomschrijving: op de declaratie van de zorginstelling aan de patiënt dient voor overige zorproducten de zogenaamde lekenomschrijving te worden opgenomen. g. Type verwijzer: op de declaratie dient het type verwijzer vermeld te worden naar onderstaande classificatie: 1. Zelfverwijzer SEH (een patiënt die zich meldt bij de SEH zonder verwijzing). 2. Zelfverwijzer niet-SEH (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek zonder verwijzing). 3. Verwezen patiënt SEH (Een patiënt die zich meldt bij de SEH met een verwijzing). 4. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerstelijn (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing vanuit de eerstelijn). 5. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit ander specialisme binnen dezelfde instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van een ander medisch specialisme binnen dezelfde instelling). 6. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit andere instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van andere instelling). 7. Eigen patiënt (bijvoorbeeld ingeval vervolgtraject of nieuwe zorgvraag van eigen patiënt). 8. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerstelijn, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijvoorbeeld ingeval van optometristen). 9. Patiënt welke gebruik maakt van directe toegang tot paramedisch hulp (bijvoorbeeld directe toegang tot fysiotherapie). h. AGB-code verwijzer: Indien er sprake is van type verwijzer zoals genoemd onder g3, g4, g6, dient op de declaratie van de zorginstelling de AGB-code van de verwijzer te worden opgenomen. Indien er sprake is van een type verwijzer zoals genoemd onder g1, g2, g5, g7, g8, g9 kan de AGB-code van de verwijzer niet vermeld worden. i. AGB-code verwijzend specialisme: Indien er sprake is van type verwijzer zoals genoemd onder g5 of g6 dient op de declaratie van de zorginstelling de AGB-code van het verwijzende specialisme te worden opgenomen. Indien er sprake is van een type verwijzer zoals genoemd onder g7 dient bij dit onderdeel de eigen AGB-specialismecode te worden vermeld. Indien er sprake is van een type verwijzer zoals genoemd onder g1, g2, g3, g4, g8, g9 kan de AGB-code van het verwijzende specialisme niet vermeld worden. 15.3 Overzicht minimale informatieverplichting per soort overige zorgproduct a b c d e f g h i Add-on IC’s x x x x x x x x Add-on Dure en weesgeneesmiddelen x x x x x x x x x Ondersteunende producten (OP’s) x x x x x x x Overige producten (OVP’s) x x x x x x x Overige trajecten x x x x x x x Overige verrichtingen x x x x x x x Tabel 1: Overzicht minimale informatieverplichting bij declaratie per soort prestatie. De letters in de kolommen corresponderen met de onderdelen van artikel 15.2 .