1. Het bedrag, bedoeld in
artikel 3 van de regeling, bedraagt € 2.500 voor een auditorganisatie van een derde land als bedoeld in
artikel 5, onderdeel c van de regeling, die niet onder toezicht staat in een derde land ten aanzien waarvan de Europese Commissie een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 46, tweede lid, tweede volzin, van de richtlijn inhoudende dat het stelsel van toezicht en handhaving van dat derde land gelijkwaardig is.
2. Het bedrag, bedoeld in
artikel 3 van de regeling, bedraagt € 2.500 voor een auditorganisatie van een derde land als bedoeld in
artikel 5, onderdeel c van de regeling, die onder toezicht staat in een derde land ten aanzien waarvan de Europese Commissie een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 46, tweede lid, tweede volzin, van de richtlijn inhoudende dat het stelsel van toezicht en handhaving van dat derde land gelijkwaardig is, maar waarbij geen sprake is van een ministeriële regeling als bedoeld in
artikel 12d, derde lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties.