BWBR0030152
Geldig vanaf 2025-10-21
Artikel 20
Drinkwaterregeling
1. Het in <a href="/wet/BWBR0022530/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, tweede lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden</a>bedoelde verbod is niet van toepassing indien de toegepaste biociden zodanig snel afbreken dat ze niet meer in het drinkwater aanwezig zijn op het punt waar het drinkwater gebruikt wordt.
2. Onverminderd het eerste lid is het de eigenaar van een drinkwaterbedrijf, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet toegestaan om overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0022530/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, tweede lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden</a>, biociden toe te passen bij de productie en distributie van drinkwater, voor zover gewaarborgd wordt dat het ten behoeve van de desinfectie behandelde water niet wordt geconsumeerd.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid is het de eigenaar van een drinkwaterbedrijf, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet toegestaan om overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0022530/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, tweede lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden</a>, biociden toe te passen bij de productie en distributie van drinkwater, voor zover:
a. hij ten minste twee weken voor de aanvang van de toepassing daarvan melding heeft gedaan aan de Minister dan wel, in geval van een noodsituatie, hij daarvan onverwijld melding doet aan de inspecteur die zo nodig nadere aanwijzingen kan geven;
b. er gevaar dreigt of bestaat voor de volksgezondheid vanwege microbiologische verontreiniging van het drinkwater;
c. er redelijkerwijs geen andere mogelijkheden zijn de microbiologische verontreiniging te bestrijden of te voorkomen, en
d. hij waarborgt dat het drinkwater aan het tappunt voldoet aan de eisen gesteld in artikel 21, eerste lid, van de wet en artikel 13 van het besluit.
2. Onverminderd het eerste lid is het de eigenaar van een drinkwaterbedrijf, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet toegestaan om overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0022530/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, tweede lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden</a>, biociden toe te passen bij de productie en distributie van drinkwater, voor zover gewaarborgd wordt dat het ten behoeve van de desinfectie behandelde water niet wordt geconsumeerd.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid is het de eigenaar van een drinkwaterbedrijf, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet toegestaan om overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0022530/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, tweede lid, van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden</a>, biociden toe te passen bij de productie en distributie van drinkwater, voor zover:
a. hij ten minste twee weken voor de aanvang van de toepassing daarvan melding heeft gedaan aan de Minister dan wel, in geval van een noodsituatie, hij daarvan onverwijld melding doet aan de inspecteur die zo nodig nadere aanwijzingen kan geven;
b. er gevaar dreigt of bestaat voor de volksgezondheid vanwege microbiologische verontreiniging van het drinkwater;
c. er redelijkerwijs geen andere mogelijkheden zijn de microbiologische verontreiniging te bestrijden of te voorkomen, en
d. hij waarborgt dat het drinkwater aan het tappunt voldoet aan de eisen gesteld in artikel 21, eerste lid, van de wet en artikel 13 van het besluit.