BWBR0030078
Geldig vanaf 2011-06-11
Artikel 9
Subsidieregeling pilots startgroepen voor peuters
1. Door middel van een loting door een notaris na 1 september 2011 wordt bepaald aan welke bevoegde gezagsorganen de minister subsidie voor het schooljaar 2011–2012 verstrekt. Per categorie als bedoeld in het tweede lid, vindt rangschikking van de aanvragen die voldoen aan alle voor de aanvraag geldende eisen plaats in de volgorde van de trekking. Per categorie wordt subsidie verstrekt overeenkomstig die rangschikking, en met inachtneming van het maximale aantal scholen, bedoeld in het derde lid.
2. Bij de loting worden de volgende categorieën aanvragen onderscheiden:
a. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Almere;
b. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Amsterdam;
c. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Den Haag;
d. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Rotterdam;
e. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Utrecht;
f. aanvragen ten aanzien van een school in een gemeente met een inwoneraantal van 100.000 of meer op 1 januari 2011, anders dan een gemeente als bedoeld in de onderdelen, a tot en met e, en anders dan een gemeente in de krimpregio’s, bedoeld in de onderdelen i, j en k;
g. aanvragen ten aanzien van een school in een gemeente met een inwoneraantal van 30.000 tot 100.000 op 1 januari 2011, anders dan een gemeente in de krimpregio’s, bedoeld in de onderdelen i, j en k;
h. aanvragen ten aanzien van een school in een gemeente met minder dan 30.000 inwoners op 1 januari 2011, anders dan een gemeente in de krimpregio’s, bedoeld in de onderdelen i, j en k;
i. aanvragen ten aanzien van een school in de krimpregio Noordoost Groningen;
j. aanvragen ten aanzien van een school in de krimpregio Parkstad Limburg;
k. aanvragen ten aanzien van een school in de krimpregio Zeeuws-Vlaanderen.
3. Het maximale aantal scholen waarvoor subsidie wordt verstrekt is:
– per categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met e, twee scholen,
– voor de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, negen scholen, met een maximum van een school per gemeente,
– voor de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, vijf scholen, met een maximum van een school per gemeente,
– voor de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, drie scholen, met een maximum van een school per gemeente,
– per categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdelen i tot en met k, een school.
2. Bij de loting worden de volgende categorieën aanvragen onderscheiden:
a. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Almere;
b. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Amsterdam;
c. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Den Haag;
d. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Rotterdam;
e. aanvragen ten aanzien van een school in de gemeente Utrecht;
f. aanvragen ten aanzien van een school in een gemeente met een inwoneraantal van 100.000 of meer op 1 januari 2011, anders dan een gemeente als bedoeld in de onderdelen, a tot en met e, en anders dan een gemeente in de krimpregio’s, bedoeld in de onderdelen i, j en k;
g. aanvragen ten aanzien van een school in een gemeente met een inwoneraantal van 30.000 tot 100.000 op 1 januari 2011, anders dan een gemeente in de krimpregio’s, bedoeld in de onderdelen i, j en k;
h. aanvragen ten aanzien van een school in een gemeente met minder dan 30.000 inwoners op 1 januari 2011, anders dan een gemeente in de krimpregio’s, bedoeld in de onderdelen i, j en k;
i. aanvragen ten aanzien van een school in de krimpregio Noordoost Groningen;
j. aanvragen ten aanzien van een school in de krimpregio Parkstad Limburg;
k. aanvragen ten aanzien van een school in de krimpregio Zeeuws-Vlaanderen.
3. Het maximale aantal scholen waarvoor subsidie wordt verstrekt is:
– per categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met e, twee scholen,
– voor de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, negen scholen, met een maximum van een school per gemeente,
– voor de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, vijf scholen, met een maximum van een school per gemeente,
– voor de categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, drie scholen, met een maximum van een school per gemeente,
– per categorie, bedoeld in het tweede lid, onderdelen i tot en met k, een school.