BWBR0030068
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 17
Burgerlijk Wetboek Boek 10
1. De persoonlijke staat van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28</a>of <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/33" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000</a>is verleend, van een vreemdeling aan wie een verblijfsdocument is afgegeven waarop een aantekening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/45c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 45c van die wet</a>is geplaatst, alsmede van een vreemdeling die een overeenkomstige verblijfsstatus in het buitenland heeft verkregen, wordt beheerst door het recht van zijn woonplaats, of, indien hij geen woonplaats heeft, door het recht van zijn verblijfplaats.
2. De rechten welke deze vreemdeling vroeger heeft verkregen en welke uit de persoonlijke staat voortvloeien, in het bijzonder de rechten voortvloeiende uit het huwelijk, worden geëerbiedigd.
2. De rechten welke deze vreemdeling vroeger heeft verkregen en welke uit de persoonlijke staat voortvloeien, in het bijzonder de rechten voortvloeiende uit het huwelijk, worden geëerbiedigd.