BWBR0030006
Geldig vanaf 2019-02-22
Artikel 13
Besluit spoorwegpersoneel 2011
1. Het bevoegdheidsbewijs, bedoeld in artikel 51a, vierde lid, van de wet, voldoet aan de daaromtrent bij of krachtens artikel 4 en bijlage I van richtlijn 2007/59/EGgestelde regels.
2. Het bevoegdheidsbewijs vermeldt de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop het betrekking heeft.
3. Het bevoegdheidsbewijs vermeldt slechts de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur ten aanzien waarvan de machinist met volledige bevoegdheid of de machinist met beperkte bevoegdheid beschikt over een geldige beoordeling als bedoeld in artikel 51a, vierde lid, onderdeel b, van de wet.
4. Het bevoegdheidsbewijs voor de machinist met beperkte bevoegdheid vermeldt de beperking tot het besturen en begeleiden van spoorvoertuigen met een maximumsnelheid van 40 km per uur.
5. De bevoegdheid als rangeerder of wagencontroleur kan bij machinisten met volledige of beperkte bevoegdheid worden aangetekend op het bevoegdheidsbewijs.
6. Indien een vrijstelling als bedoeld in artikel 5, derde lid, is verleend, wordt dit vermeld op het bevoegdheidsbewijs.
7. Het bevoegdheidsbewijs is voor onbepaalde tijd geldig.
8. Het bevoegdheidsbewijs verliest zijn geldigheid indien betrokkene de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid niet meer uitoefent onder het gezag van degene die het bevoegdheidsbewijs heeft verstrekt of door schorsing of intrekking van het bevoegdheidsbewijs door degene die het bevoegdheidsbewijs heeft verstrekt.
9. Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend, verstrekt bij de beëindiging van het dienstverband aan de betrokken machinist een gewaarmerkte kopie van alle documenten waaruit zijn opleiding, zijn kwalificaties, zijn ervaring en zijn vakbekwaamheden blijken.
10. Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend, voorziet in een geschillenregeling omtrent de verstrekking, schorsing en intrekking van een bevoegdheidsbewijs, overeenkomstig artikel 15 van richtlijn 2007/59/EG.
2. Het bevoegdheidsbewijs vermeldt de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur waarop het betrekking heeft.
3. Het bevoegdheidsbewijs vermeldt slechts de spoorvoertuigen en de hoofdspoorweginfrastructuur ten aanzien waarvan de machinist met volledige bevoegdheid of de machinist met beperkte bevoegdheid beschikt over een geldige beoordeling als bedoeld in artikel 51a, vierde lid, onderdeel b, van de wet.
4. Het bevoegdheidsbewijs voor de machinist met beperkte bevoegdheid vermeldt de beperking tot het besturen en begeleiden van spoorvoertuigen met een maximumsnelheid van 40 km per uur.
5. De bevoegdheid als rangeerder of wagencontroleur kan bij machinisten met volledige of beperkte bevoegdheid worden aangetekend op het bevoegdheidsbewijs.
6. Indien een vrijstelling als bedoeld in artikel 5, derde lid, is verleend, wordt dit vermeld op het bevoegdheidsbewijs.
7. Het bevoegdheidsbewijs is voor onbepaalde tijd geldig.
8. Het bevoegdheidsbewijs verliest zijn geldigheid indien betrokkene de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of machinist met beperkte bevoegdheid niet meer uitoefent onder het gezag van degene die het bevoegdheidsbewijs heeft verstrekt of door schorsing of intrekking van het bevoegdheidsbewijs door degene die het bevoegdheidsbewijs heeft verstrekt.
9. Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend, verstrekt bij de beëindiging van het dienstverband aan de betrokken machinist een gewaarmerkte kopie van alle documenten waaruit zijn opleiding, zijn kwalificaties, zijn ervaring en zijn vakbekwaamheden blijken.
10. Degene onder wiens gezag de veiligheidsfunctie van machinist met volledige bevoegdheid of van machinist met beperkte bevoegdheid wordt uitgeoefend, voorziet in een geschillenregeling omtrent de verstrekking, schorsing en intrekking van een bevoegdheidsbewijs, overeenkomstig artikel 15 van richtlijn 2007/59/EG.