BWBR0029968
Geldig vanaf 2011-05-18
Artikel 3
Beleidsregel experiment flexibiliseren onderwijstijd
1. De aanvraag voor een experiment flexibiliseren onderwijstijd wordt door het bevoegd gezag van de school gedaan. Hierbij wordt beschreven hoe de school de onderwijstijd wil invullen, de voorbereidingen die zijn getroffen om het nieuwe rooster in te voeren en hoe wordt samengewerkt met de organisatie(s) voor kinderopvang.
2. Er zijn maximaal 15 experimenten mogelijk. Uit de aanmeldingen wordt een selectie gemaakt op grond van de volgende criteria:
a. het stadium van voorbereiding,
b. volgorde van ontvangst van de aanvragen,
c. diversiteit van de aanmeldingen,
d. de samenwerking met de kinderopvangorganisatie(s).
3. Aanvragen die niet voldoen aan de eisen worden aan de aanvrager teruggezonden.
4. Scholen die worden geselecteerd voor het experiment dienen een experimenteerplan in. In het experimenteerplan worden, in overeenstemming met artikel 3 van de Experimentenwet onderwijs, opgenomen:
a. een beschrijving van de doeleinden en achtergronden van het experiment,
b. een beschrijving van de voorgenomen activiteiten en opbrengsten,
c. een bewijs van instemming van de medezeggenschapsraad.
5. De minister beslist binnen 4 weken na ontvangst van het experimenteerplan over de deelname aan het experiment.
2. Er zijn maximaal 15 experimenten mogelijk. Uit de aanmeldingen wordt een selectie gemaakt op grond van de volgende criteria:
a. het stadium van voorbereiding,
b. volgorde van ontvangst van de aanvragen,
c. diversiteit van de aanmeldingen,
d. de samenwerking met de kinderopvangorganisatie(s).
3. Aanvragen die niet voldoen aan de eisen worden aan de aanvrager teruggezonden.
4. Scholen die worden geselecteerd voor het experiment dienen een experimenteerplan in. In het experimenteerplan worden, in overeenstemming met artikel 3 van de Experimentenwet onderwijs, opgenomen:
a. een beschrijving van de doeleinden en achtergronden van het experiment,
b. een beschrijving van de voorgenomen activiteiten en opbrengsten,
c. een bewijs van instemming van de medezeggenschapsraad.
5. De minister beslist binnen 4 weken na ontvangst van het experimenteerplan over de deelname aan het experiment.