BWBR0029951
Geldig vanaf 2011-07-01
Artikel 7
Rijkssubsidieregeling jeugdzorg 2011
1. De Ministers kunnen voor projectuitkeringen subsidieplafonds vaststellen. Bij deze vaststelling kan, in afwijking van artikel 9, eerste lid, worden bepaald dat, met het oog op de onderlinge afweging van de aanvragen, de aanvragen voor een daarbij te bepalen datum moeten zijn ingediend.
2. Bij de verdeling van het beschikbare bedrag geven de Ministers voorrang aan die aanvragen waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van meer belang is voor het beleid en meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de uitkering.
3. De ministers kunnen projectuitkeringen verlenen die zich uitstrekken over meer dan één kalenderjaar.
2. Bij de verdeling van het beschikbare bedrag geven de Ministers voorrang aan die aanvragen waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van meer belang is voor het beleid en meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de uitkering.
3. De ministers kunnen projectuitkeringen verlenen die zich uitstrekken over meer dan één kalenderjaar.