BWBR0029931
Geldig vanaf 2011-04-26
Artikel 2
Besluit mandaat KPMG uitvoering uitkeringsregelingen
1. Ter uitvoering van de uitkeringsregelingen is KPMG bevoegd om namens de Minister
a. besluiten te nemen;
b. te beslissen op bezwaarschriften tegen de besluiten, genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat degene die een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen niet ook de beslissing op het daartegen gerichte bezwaarschrift mag nemen;
c. in rechte op te treden indien tegen een besluit als bedoeld onder b, beroep wordt ingesteld;
d. voorlopig hoger beroep of voorlopig cassatie in te stellen;
e. hoger beroep of cassatie in te stellen tegen rechterlijke uitspraken, met dien verstande dat KPMG deze bevoegdheden niet uitoefent dan na verkregen instemming van de Minister indien het een zaak betreft met een kennelijk aanzienlijk of rechtspositioneel belang;
f. het schriftelijk verlenen van ondermandaat bij KPMG in dienst zijnde functionarissen.
2. De bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, onder b, omvat tevens de bevoegdheid om een hoorprocedure in te richten conform de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht.
3. KMPG informeert de Minister over bezwaarschriften, beroepschriften en rechterlijke uitspraken waarin de rechtsgeldigheid van de toegepaste regeling of van onderdelen daarvan ter discussie wordt gesteld.
a. besluiten te nemen;
b. te beslissen op bezwaarschriften tegen de besluiten, genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat degene die een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen niet ook de beslissing op het daartegen gerichte bezwaarschrift mag nemen;
c. in rechte op te treden indien tegen een besluit als bedoeld onder b, beroep wordt ingesteld;
d. voorlopig hoger beroep of voorlopig cassatie in te stellen;
e. hoger beroep of cassatie in te stellen tegen rechterlijke uitspraken, met dien verstande dat KPMG deze bevoegdheden niet uitoefent dan na verkregen instemming van de Minister indien het een zaak betreft met een kennelijk aanzienlijk of rechtspositioneel belang;
f. het schriftelijk verlenen van ondermandaat bij KPMG in dienst zijnde functionarissen.
2. De bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, onder b, omvat tevens de bevoegdheid om een hoorprocedure in te richten conform de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht.
3. KMPG informeert de Minister over bezwaarschriften, beroepschriften en rechterlijke uitspraken waarin de rechtsgeldigheid van de toegepaste regeling of van onderdelen daarvan ter discussie wordt gesteld.