BWBR0029920
Geldig vanaf 2011-04-30
Artikel 3
Regeling vaststelling eenmalig bedrag uitgifte kavel A7 2011
1. De verkrijger of de houder van de vergunningen betaalt het op grond van artikel 2verschuldigde bedrag uiterlijk op 1 september 2011 of, indien het tijdstip van vergunningverlening later ligt dan 21 juli 2011, uiterlijk zes weken na dat tijdstip.
2. Indien op verzoek van de verkrijger of de houder van de vergunningen in afwijking van het eerste lid uitstel van betaling wordt verleend, worden aan de beschikking tot uitstel van betaling de voorschriften verbonden dat het verschuldigde bedrag wordt betaald in zes gelijke termijnen die steeds jaarlijks vervallen op 1 september, voor het eerst op 1 september 2011, en dat de verkrijger respectievelijk de houder van de vergunningen een waarborgsom verstrekt of een bankgarantie volgens het model, opgenomen in de bijlage, overlegt ter hoogte van een zesde deel van het verschuldigde bedrag. Indien het tijdstip van vergunningverlening later ligt dan 21 juli 2011, vervalt de eerste termijn uiterlijk zes weken na dat tijdstip.
3. Voor de betaling door de verkrijger of de houder van het door hem op grond van artikel 2verschuldigde bedrag wordt mede:
a. de waarborgsom aangewend die op grond van artikel 6 van de Regeling aanvraag is verstrekt, of
b. in het geval de verkrijger niet tijdig of niet volledig heeft betaald, de bankgarantie aangewend die op grond van artikel 6 van de Regeling aanvraag is verstrekt.
4. De betalingen worden verricht door overmaking op het bankrekeningnummer 56.99.94.039, ten name van Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; Agentschap Telecom, onder vermelding van ‘kavel A7’ en van ‘vergunning voor digitale radio-omroep’.
5. De minister kan een geldschuld jegens de vergunninghouder die verband houdt met een bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewetgenomen besluit, verrekenen met een vordering op grond van artikel 2.
2. Indien op verzoek van de verkrijger of de houder van de vergunningen in afwijking van het eerste lid uitstel van betaling wordt verleend, worden aan de beschikking tot uitstel van betaling de voorschriften verbonden dat het verschuldigde bedrag wordt betaald in zes gelijke termijnen die steeds jaarlijks vervallen op 1 september, voor het eerst op 1 september 2011, en dat de verkrijger respectievelijk de houder van de vergunningen een waarborgsom verstrekt of een bankgarantie volgens het model, opgenomen in de bijlage, overlegt ter hoogte van een zesde deel van het verschuldigde bedrag. Indien het tijdstip van vergunningverlening later ligt dan 21 juli 2011, vervalt de eerste termijn uiterlijk zes weken na dat tijdstip.
3. Voor de betaling door de verkrijger of de houder van het door hem op grond van artikel 2verschuldigde bedrag wordt mede:
a. de waarborgsom aangewend die op grond van artikel 6 van de Regeling aanvraag is verstrekt, of
b. in het geval de verkrijger niet tijdig of niet volledig heeft betaald, de bankgarantie aangewend die op grond van artikel 6 van de Regeling aanvraag is verstrekt.
4. De betalingen worden verricht door overmaking op het bankrekeningnummer 56.99.94.039, ten name van Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; Agentschap Telecom, onder vermelding van ‘kavel A7’ en van ‘vergunning voor digitale radio-omroep’.
5. De minister kan een geldschuld jegens de vergunninghouder die verband houdt met een bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewetgenomen besluit, verrekenen met een vordering op grond van artikel 2.