BWBR0029911
Geldig vanaf 2011-04-29
Artikel 4
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Inspectoraat-Generaal VROM en Voedsel en Waren Autoriteit Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Aan de inspecteur-generaal, de hoofddirecteur uitvoering en de directeuren-inspecteur van het Inspectoraat-Generaal VROM wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van:
a. besluiten tot intrekking van een bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 85, eerste en derde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
b. besluiten tot oplegging van een last onder bestuursdwang, bedoeld in artikel 86 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
c. besluiten om, in plaats van een last onder bestuursdwang als bedoeld in onderdeel b, een last onder dwangsom op te leggen als bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht,
voor zover het gaat om overtredingen met betrekking tot een biocide respectievelijk tot het verrichten van alle verdere uitvoeringsmaatregelen die nodig zijn in verband met het onder a, b en c bepaalde.
a. besluiten tot intrekking van een bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 85, eerste en derde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
b. besluiten tot oplegging van een last onder bestuursdwang, bedoeld in artikel 86 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
c. besluiten om, in plaats van een last onder bestuursdwang als bedoeld in onderdeel b, een last onder dwangsom op te leggen als bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht,
voor zover het gaat om overtredingen met betrekking tot een biocide respectievelijk tot het verrichten van alle verdere uitvoeringsmaatregelen die nodig zijn in verband met het onder a, b en c bepaalde.