BWBR0029894
Geldig vanaf 2011-04-17
Artikel 7
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2011
De directeur van de AID brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de bezoldigd en onbezoldigd buitengewoon opsporingsambtenaren bij de AID aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de in dit besluit genoemde diensten en
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. het aantal klachten dat tegen buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend;
d. het aantal malen dat gebruik is gemaakt van geweld en de aard van dit geweld;
e. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval met betrekking tot de in artikel 3, eerste lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren inzicht wordt gegeven in het opleidingstraject en de stand van zaken met betrekking tot de in artikel 8, eerste lid, onder e, bedoelde periodieke toetsing of bijscholing. Met betrekking tot de in artikel 3, tweede lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de in dit besluit genoemde diensten en
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. het aantal klachten dat tegen buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend;
d. het aantal malen dat gebruik is gemaakt van geweld en de aard van dit geweld;
e. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval met betrekking tot de in artikel 3, eerste lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren inzicht wordt gegeven in het opleidingstraject en de stand van zaken met betrekking tot de in artikel 8, eerste lid, onder e, bedoelde periodieke toetsing of bijscholing. Met betrekking tot de in artikel 3, tweede lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.