BWBR0029790
Geldig vanaf 2011-04-01
Artikel 3
Besluit Ereteken voor Verdienste van het Ministerie van Buitenlandse Zaken
1. Degene aan wie het Ereteken in zilver is toegekend, is bevoegd het te dragen aan een lint op de linkerborst.
2. Degene aan wie het Ereteken in goud is toegekend, is bevoegd het te dragen aan een lint om de hals.
3. In plaats van de draagwijze als omschreven in het eerste of tweede lid, kan degene aan wie het Ereteken is toegekend een van de volgende draagtekenen voeren:
a. een draagteken, bestaande uit een lint opgemaakt in de vorm van een strik,
b. een verkleinde vorm van het Ereteken op de linkerborst, of
c. op uniformkleding een baton van het lint ter grootte van 27 bij 11 mm.
2. Degene aan wie het Ereteken in goud is toegekend, is bevoegd het te dragen aan een lint om de hals.
3. In plaats van de draagwijze als omschreven in het eerste of tweede lid, kan degene aan wie het Ereteken is toegekend een van de volgende draagtekenen voeren:
a. een draagteken, bestaande uit een lint opgemaakt in de vorm van een strik,
b. een verkleinde vorm van het Ereteken op de linkerborst, of
c. op uniformkleding een baton van het lint ter grootte van 27 bij 11 mm.