BWBR0029752
Geldig vanaf 2011-03-23
Artikel 2
Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2011
1. De verkrijger of houder van een vergunning voor landelijke commerciële radio die verleend is respectievelijk waarvan de geldigheidsduur is verlengd met toepassing van de Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroepis voor het gebruik van de desbetreffende frequentieruimte gedurende de periode van 1 september 2011 tot 1 september 2017 een eenmalig bedrag verschuldigd, waarvan de hoogte is:
a. voor de vergunning voor kavel A1 en een vergunning voor digitale radio-omroep: € 25.592.000;
b. voor de vergunning voor kavel A2 en een vergunning voor digitale radio-omroep: € 12.720.000;
c. voor de vergunning voor kavel A3 en een vergunning voor digitale radio-omroep: € 26.804.000;
d. voor de vergunning voor kavel A6 en een vergunning voor digitale radio-omroep: € 26.473.000.
2. Indien de verlenging en verlening van vergunningen met toepassing van de Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroepplaats vindt na 1 september 2011, is voor de resterende periode tot 1 september 2017 een eenmalig bedrag verschuldigd waarvan de hoogte wordt bepaald door het desbetreffende eenmalig bedrag, genoemd in het eerste lid, te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het aantal hele maanden dat na het tijdstip van vergunningverlening resteert tot 1 september 2017 en de noemer door het getal 72.
a. voor de vergunning voor kavel A1 en een vergunning voor digitale radio-omroep: € 25.592.000;
b. voor de vergunning voor kavel A2 en een vergunning voor digitale radio-omroep: € 12.720.000;
c. voor de vergunning voor kavel A3 en een vergunning voor digitale radio-omroep: € 26.804.000;
d. voor de vergunning voor kavel A6 en een vergunning voor digitale radio-omroep: € 26.473.000.
2. Indien de verlenging en verlening van vergunningen met toepassing van de Regeling verlenging en digitalisering landelijke commerciële radio-omroepplaats vindt na 1 september 2011, is voor de resterende periode tot 1 september 2017 een eenmalig bedrag verschuldigd waarvan de hoogte wordt bepaald door het desbetreffende eenmalig bedrag, genoemd in het eerste lid, te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het aantal hele maanden dat na het tijdstip van vergunningverlening resteert tot 1 september 2017 en de noemer door het getal 72.