BWBR0029727
Geldig vanaf 2011-03-17
Artikel 2
Sanctieregeling Libië 2011
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2, derde en vierde lid, van Verordening (EU) nr. 204/2011, is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, derde lid, van Verordening (EU) nr. 204/2011 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wat betreft het verlenen van technische bijstand en de Minister van Financiën wat betreft het verlenen van financiering en financiële bijstand.
3. De bevoegde douaneautoriteit, bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 204/2011, is de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onder c, van de Algemene Douanewet.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 7, eerste en tweede lid, 8, 8 bis, 8 ter, 10 en 10 bis van Verordening (EU) nr. 204/2011 is de Minister van Financiën wat betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wat betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen.
5. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 10ter, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 204/2011 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 10ter, vijfde lid, van Verordening (EU) nr. 204/2011 is de Minister van Infrastructuur en Milieu.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, derde lid, van Verordening (EU) nr. 204/2011 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wat betreft het verlenen van technische bijstand en de Minister van Financiën wat betreft het verlenen van financiering en financiële bijstand.
3. De bevoegde douaneautoriteit, bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 204/2011, is de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onder c, van de Algemene Douanewet.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 7, eerste en tweede lid, 8, 8 bis, 8 ter, 10 en 10 bis van Verordening (EU) nr. 204/2011 is de Minister van Financiën wat betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wat betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen.
5. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 10ter, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 204/2011 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 10ter, vijfde lid, van Verordening (EU) nr. 204/2011 is de Minister van Infrastructuur en Milieu.