BWBR0029681
Geldig vanaf 2011-03-04
Artikel 13
Besluit instelling Adviescommissie bezwaren personele aangelegenheden EL&I
Het is de leden en de secretaris van de commissie en hun plaatsvervangers verboden:
a. hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie gevorderd wordt;
b. de gevoelens te openbaren, die tijdens de beraadslaging over het bezwaar zijn geuit;
c. over een aan hen voorgelegde zaak of over een zaak die, naar zij weten of kunnen vermoeden, aan hen zal worden voorgelegd zich uit te laten in enig onderhoud of gesprek met: 1° de bezwaarde, zijn raadsman of gemachtigde;
2° in gevallen waarin het een bezwaar betreft als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Beoordelingsvoorschrift Burgerlijk Rijkspersoneel 1985, de betrokken beoordelaar of beoordelaars, de desbetreffende beoordelingsautoriteit of de door deze aangewezen vertegenwoordiger; dan wel,
3° in andere gevallen, degene die het betrokken besluit heeft genomen of de door deze aangewezen vertegenwoordiger;
1° de bezwaarde, zijn raadsman of gemachtigde;
2° in gevallen waarin het een bezwaar betreft als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Beoordelingsvoorschrift Burgerlijk Rijkspersoneel 1985, de betrokken beoordelaar of beoordelaars, de desbetreffende beoordelingsautoriteit of de door deze aangewezen vertegenwoordiger; dan wel,
3° in andere gevallen, degene die het betrokken besluit heeft genomen of de door deze aangewezen vertegenwoordiger;
d. enige schriftelijke informatie in ontvangst te nemen van de in onderdeel c bedoelde personen of dezen in de gelegenheid te stellen anderszins hierover mededelingen aan hen te doen, met uitzondering van informatie of mededelingen aan de secretaris in het kader van de normale secretariaatswerkzaamheden.
a. hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie gevorderd wordt;
b. de gevoelens te openbaren, die tijdens de beraadslaging over het bezwaar zijn geuit;
c. over een aan hen voorgelegde zaak of over een zaak die, naar zij weten of kunnen vermoeden, aan hen zal worden voorgelegd zich uit te laten in enig onderhoud of gesprek met: 1° de bezwaarde, zijn raadsman of gemachtigde;
2° in gevallen waarin het een bezwaar betreft als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Beoordelingsvoorschrift Burgerlijk Rijkspersoneel 1985, de betrokken beoordelaar of beoordelaars, de desbetreffende beoordelingsautoriteit of de door deze aangewezen vertegenwoordiger; dan wel,
3° in andere gevallen, degene die het betrokken besluit heeft genomen of de door deze aangewezen vertegenwoordiger;
1° de bezwaarde, zijn raadsman of gemachtigde;
2° in gevallen waarin het een bezwaar betreft als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Beoordelingsvoorschrift Burgerlijk Rijkspersoneel 1985, de betrokken beoordelaar of beoordelaars, de desbetreffende beoordelingsautoriteit of de door deze aangewezen vertegenwoordiger; dan wel,
3° in andere gevallen, degene die het betrokken besluit heeft genomen of de door deze aangewezen vertegenwoordiger;
d. enige schriftelijke informatie in ontvangst te nemen van de in onderdeel c bedoelde personen of dezen in de gelegenheid te stellen anderszins hierover mededelingen aan hen te doen, met uitzondering van informatie of mededelingen aan de secretaris in het kader van de normale secretariaatswerkzaamheden.