BWBR0029666
Geldig vanaf 1997-12-01
Artikel 15
Regeling aanvraag vergunning DCS 1800 gecombineerd met GSM
Aan de eisen, bedoeld in artikel 13h, derde lid, van de wet wordt voldaan, indien:
a. de aanvrager een rechtspersoon is, opgericht in overeenstemming met het recht van een der lid-staten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte heeft;
b. wat betreft de financiële positie van de aanvrager: 1°. de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert, noch een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager is ingediend,
2°. de aanvrager geen surcéance van betaling is verleend, noch ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling is aangevraagd,
3°. geen beslag is gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager,
4°. de aanvrager, ten behoeve van de minimaal noodzakelijke investeringen in de aanleg van het fysieke net gedurende de eerste drie jaar na vergunningverlening, aantoonbaar kan beschikken over financiële middelen ter grootte van driehonderd miljoen gulden, en
5°. ingeval de door de aanvrager voorgenomen investeringen in de aanleg van het fysieke net, gedurende de eerste drie jaar na vergunningverlening, minder bedragen dan driehonderd miljoen gulden, de aanvrager kan aantonen dat hij kan voldoen aan het met betrekking tot de dekkingsgraad in de vergunning bepaalde;
1°. de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert, noch een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager is ingediend,
2°. de aanvrager geen surcéance van betaling is verleend, noch ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling is aangevraagd,
3°. geen beslag is gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager,
4°. de aanvrager, ten behoeve van de minimaal noodzakelijke investeringen in de aanleg van het fysieke net gedurende de eerste drie jaar na vergunningverlening, aantoonbaar kan beschikken over financiële middelen ter grootte van driehonderd miljoen gulden, en
5°. ingeval de door de aanvrager voorgenomen investeringen in de aanleg van het fysieke net, gedurende de eerste drie jaar na vergunningverlening, minder bedragen dan driehonderd miljoen gulden, de aanvrager kan aantonen dat hij kan voldoen aan het met betrekking tot de dekkingsgraad in de vergunning bepaalde;
c. wat betreft de kennis en ervaring van de aanvrager: 1°. de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over ervaring met de aanleg van cellulaire telecommunicatieinfrastructuur ten behoeve van spraaktelefoondiensten,
2°. de aanvrager aantoonbaar beschikt over ervaring met de instandhouding en exploitatie van cellulaire telecommunicatie-infrastructuur ten behoeve van spraaktelefoondiensten,
3°. de activiteiten die de onder 2° bedoelde ervaring betreffen ten minste een aaneengesloten periode van een jaar beslaan en voortduren op de in artikel 6, eerste lid, genoemde datum, en
4°. de activiteiten die de onder 1° en 2° bedoelde ervaring betreffen, worden verricht in een of meer landen die zijn aangesloten bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling;
1°. de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over ervaring met de aanleg van cellulaire telecommunicatieinfrastructuur ten behoeve van spraaktelefoondiensten,
2°. de aanvrager aantoonbaar beschikt over ervaring met de instandhouding en exploitatie van cellulaire telecommunicatie-infrastructuur ten behoeve van spraaktelefoondiensten,
3°. de activiteiten die de onder 2° bedoelde ervaring betreffen ten minste een aaneengesloten periode van een jaar beslaan en voortduren op de in artikel 6, eerste lid, genoemde datum, en
4°. de activiteiten die de onder 1° en 2° bedoelde ervaring betreffen, worden verricht in een of meer landen die zijn aangesloten bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling;
d. op grond van de in de aanvraag vermelde gegevens naar het oordeel van de minister de verwachting bestaat dat de aanvrager kan voldoen aan het met betrekking tot de vergunning bepaalde; en
e. op grond van de in de aanvraag vermelde gegevens het naar het oordeel van de minister aannemelijk is dat door vergunningverlening aan de betreffende aanvrager geen afbreuk zal worden gedaan aan de doelmatige verzorging van de telecommunicatie en de tot stand te brengen mededinging.
a. de aanvrager een rechtspersoon is, opgericht in overeenstemming met het recht van een der lid-staten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte heeft;
b. wat betreft de financiële positie van de aanvrager: 1°. de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert, noch een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager is ingediend,
2°. de aanvrager geen surcéance van betaling is verleend, noch ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling is aangevraagd,
3°. geen beslag is gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager,
4°. de aanvrager, ten behoeve van de minimaal noodzakelijke investeringen in de aanleg van het fysieke net gedurende de eerste drie jaar na vergunningverlening, aantoonbaar kan beschikken over financiële middelen ter grootte van driehonderd miljoen gulden, en
5°. ingeval de door de aanvrager voorgenomen investeringen in de aanleg van het fysieke net, gedurende de eerste drie jaar na vergunningverlening, minder bedragen dan driehonderd miljoen gulden, de aanvrager kan aantonen dat hij kan voldoen aan het met betrekking tot de dekkingsgraad in de vergunning bepaalde;
1°. de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert, noch een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager is ingediend,
2°. de aanvrager geen surcéance van betaling is verleend, noch ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling is aangevraagd,
3°. geen beslag is gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager,
4°. de aanvrager, ten behoeve van de minimaal noodzakelijke investeringen in de aanleg van het fysieke net gedurende de eerste drie jaar na vergunningverlening, aantoonbaar kan beschikken over financiële middelen ter grootte van driehonderd miljoen gulden, en
5°. ingeval de door de aanvrager voorgenomen investeringen in de aanleg van het fysieke net, gedurende de eerste drie jaar na vergunningverlening, minder bedragen dan driehonderd miljoen gulden, de aanvrager kan aantonen dat hij kan voldoen aan het met betrekking tot de dekkingsgraad in de vergunning bepaalde;
c. wat betreft de kennis en ervaring van de aanvrager: 1°. de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over ervaring met de aanleg van cellulaire telecommunicatieinfrastructuur ten behoeve van spraaktelefoondiensten,
2°. de aanvrager aantoonbaar beschikt over ervaring met de instandhouding en exploitatie van cellulaire telecommunicatie-infrastructuur ten behoeve van spraaktelefoondiensten,
3°. de activiteiten die de onder 2° bedoelde ervaring betreffen ten minste een aaneengesloten periode van een jaar beslaan en voortduren op de in artikel 6, eerste lid, genoemde datum, en
4°. de activiteiten die de onder 1° en 2° bedoelde ervaring betreffen, worden verricht in een of meer landen die zijn aangesloten bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling;
1°. de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over ervaring met de aanleg van cellulaire telecommunicatieinfrastructuur ten behoeve van spraaktelefoondiensten,
2°. de aanvrager aantoonbaar beschikt over ervaring met de instandhouding en exploitatie van cellulaire telecommunicatie-infrastructuur ten behoeve van spraaktelefoondiensten,
3°. de activiteiten die de onder 2° bedoelde ervaring betreffen ten minste een aaneengesloten periode van een jaar beslaan en voortduren op de in artikel 6, eerste lid, genoemde datum, en
4°. de activiteiten die de onder 1° en 2° bedoelde ervaring betreffen, worden verricht in een of meer landen die zijn aangesloten bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling;
d. op grond van de in de aanvraag vermelde gegevens naar het oordeel van de minister de verwachting bestaat dat de aanvrager kan voldoen aan het met betrekking tot de vergunning bepaalde; en
e. op grond van de in de aanvraag vermelde gegevens het naar het oordeel van de minister aannemelijk is dat door vergunningverlening aan de betreffende aanvrager geen afbreuk zal worden gedaan aan de doelmatige verzorging van de telecommunicatie en de tot stand te brengen mededinging.