BWBR0029658
Geldig vanaf 2011-03-02
Artikel 6
Regeling experimenten herontwerp kwalificatiestructuur mbo 2011–2012
1. De minister besluit uiterlijk op 9 maart 2011 op de aanvragen bedoeld in artikel 4en artikel 5.
2. Indien de minister het bevoegd gezag verzoekt de aanvraag aan te vullen met de gegevens, bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, opgeschort met 12 weken.
3. De minister verzoekt het bevoegd gezag uiterlijk op 9 maart 2011 om de aanvraag aan te vullen, als bedoeld in artikel 5, tweede lid.
4. De toetsing van de aanvragen vindt in ieder geval plaats op basis van de navolgende criteria:
a. voldoende spreiding van de experimentele opleidingen over de sectoren van de opleidingen;
b. voldoende spreiding van de experimentele opleidingen over de vier niveaus van de opleidingen;
c. voldoende landelijke spreiding van de experimenten;
d. voldoende spreiding van de experimenten over inhoudelijke ontwikkelingsaspecten voor de opleidingen;
e. indien het een aanvraag van een niet uit ’s Rijks bekostigde instelling betreft: de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid.
5. De minister neemt uitsluitend een positief besluit op aanvragen voor experimentele opleidingen, voor zover de opleidingen overeenstemmen met de criteria, bedoeld in het vierde lid.
2. Indien de minister het bevoegd gezag verzoekt de aanvraag aan te vullen met de gegevens, bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, opgeschort met 12 weken.
3. De minister verzoekt het bevoegd gezag uiterlijk op 9 maart 2011 om de aanvraag aan te vullen, als bedoeld in artikel 5, tweede lid.
4. De toetsing van de aanvragen vindt in ieder geval plaats op basis van de navolgende criteria:
a. voldoende spreiding van de experimentele opleidingen over de sectoren van de opleidingen;
b. voldoende spreiding van de experimentele opleidingen over de vier niveaus van de opleidingen;
c. voldoende landelijke spreiding van de experimenten;
d. voldoende spreiding van de experimenten over inhoudelijke ontwikkelingsaspecten voor de opleidingen;
e. indien het een aanvraag van een niet uit ’s Rijks bekostigde instelling betreft: de voorwaarde, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid.
5. De minister neemt uitsluitend een positief besluit op aanvragen voor experimentele opleidingen, voor zover de opleidingen overeenstemmen met de criteria, bedoeld in het vierde lid.