BWBR0029623
Geldig vanaf 2011-02-19
Artikel 17
Regeling baten-lastendiensten 2011
Voor de verslaggeving van baten-lastendiensten gelden de volgende nadere bepalingen:
1. Onder het begrip ‘derden’ in de zin van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dient ook te worden verstaan iedere organisatie of ieder organisatieonderdeel van de rijksoverheid anders dan de baten-lastendienst waarop de verslaggeving betrekking heeft.
2. Bij materiële en immateriële vaste activa gelden de volgende bepalingen: a. De waardering geschiedt tegen verkrijging- of vervaardigingprijs, onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en eventuele opgetreden waardeverminderingen.
b. Afschrijving dient te geschieden volgens de lineaire methode, op basis van de economische levensduur van de vaste activa.
c. Bij het bepalen van de afschrijvingstermijnen worden in beginsel de volgende termijnen gehanteerd. Afwijkingen worden toegelicht in de jaarrekening:
d. In afwijking van het Burgerlijk Wetboek Boek 2 artikel 365, lid 2 mag bij de activering van immateriële vaste activa geen wettelijke reserve in de jaarrekening opgenomen worden.
a. De waardering geschiedt tegen verkrijging- of vervaardigingprijs, onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en eventuele opgetreden waardeverminderingen.
b. Afschrijving dient te geschieden volgens de lineaire methode, op basis van de economische levensduur van de vaste activa.
c. Bij het bepalen van de afschrijvingstermijnen worden in beginsel de volgende termijnen gehanteerd. Afwijkingen worden toegelicht in de jaarrekening:
d. In afwijking van het Burgerlijk Wetboek Boek 2 artikel 365, lid 2 mag bij de activering van immateriële vaste activa geen wettelijke reserve in de jaarrekening opgenomen worden.
3. Een baten-lastendienst zal geen financiële vaste activa bezitten.
4. Bij eigen vermogen gelden de volgende bepalingen: a. In de balans van een baten-lastendienst, niet zijnde de openingsbalans, kunnen slechts als vormen van het eigen vermogen worden opgenomen: – een exploitatiereserve;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
– een exploitatiereserve;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
b. Het eigen vermogen van een baten-lastendienst is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. Indien een baten-lastendienst korter dan drie jaar bestaat, wordt de gemiddelde jaaromzet berekend over deze kortere periode. Indien de hiervoor vermelde maximumomvang dan wel de in lid 4c gestelde minimumomvang wordt overschreden, dan wordt dit overeenkomstig het tweede lid van artikel 19 hersteld. Onder de omzet van een baten-lastendienst wordt verstaan: Opbrengst moederdepartement, Opbrengst overige departementen en Opbrengst derden.
c. Het totaal van het eigen vermogen van een baten-lastendienst mag ultimo jaar niet minder bedragen dan nul.
d. Het onverdeeld resultaat wordt, na vaststelling van de jaarrekening, in zijn geheel toegevoegd aan de exploitatiereserve van een baten-lastendienst.
a. In de balans van een baten-lastendienst, niet zijnde de openingsbalans, kunnen slechts als vormen van het eigen vermogen worden opgenomen: – een exploitatiereserve;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
– een exploitatiereserve;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
b. Het eigen vermogen van een baten-lastendienst is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. Indien een baten-lastendienst korter dan drie jaar bestaat, wordt de gemiddelde jaaromzet berekend over deze kortere periode. Indien de hiervoor vermelde maximumomvang dan wel de in lid 4c gestelde minimumomvang wordt overschreden, dan wordt dit overeenkomstig het tweede lid van artikel 19 hersteld. Onder de omzet van een baten-lastendienst wordt verstaan: Opbrengst moederdepartement, Opbrengst overige departementen en Opbrengst derden.
c. Het totaal van het eigen vermogen van een baten-lastendienst mag ultimo jaar niet minder bedragen dan nul.
d. Het onverdeeld resultaat wordt, na vaststelling van de jaarrekening, in zijn geheel toegevoegd aan de exploitatiereserve van een baten-lastendienst.
5. Langlopend vreemd vermogen kan uitsluitend bestaan uit leningen van het ministerie van Financiën, zoals bedoeld in artikel 9.
6. Het rekening-courantkrediet bij de ’s Rijks schatkist is voor een baten-lastendienst per ultimo jaar gemaximeerd op € 0,5 miljoen.
7. Voorzieningen worden in beginsel opgenomen overeenkomstig Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De keuze om de genoemde voorzieningen niet op te nemen, wordt toegelicht in de jaarrekening. Dotatie, onttrekking en vrijval van voorzieningen worden vermeld en afzonderlijk toegelicht in de jaarrekening.
8. Vorderingen en schulden in relatie tot het moederdepartement waaronder de baten-lastendienst ressorteert worden toegelicht bij de toelichting op de afzonderlijke posten in de balans van de jaarrekening.
9. Indien de verhuurcontractvoorwaarden volgens Burgerlijk Wetboek Boek 2 Titel 9 activering bij baten-lastendiensten vereisen, activeert de RGD conform de uitgangspunten van het Rijkshuisvestingsstelsel.
1. Onder het begrip ‘derden’ in de zin van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dient ook te worden verstaan iedere organisatie of ieder organisatieonderdeel van de rijksoverheid anders dan de baten-lastendienst waarop de verslaggeving betrekking heeft.
2. Bij materiële en immateriële vaste activa gelden de volgende bepalingen: a. De waardering geschiedt tegen verkrijging- of vervaardigingprijs, onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en eventuele opgetreden waardeverminderingen.
b. Afschrijving dient te geschieden volgens de lineaire methode, op basis van de economische levensduur van de vaste activa.
c. Bij het bepalen van de afschrijvingstermijnen worden in beginsel de volgende termijnen gehanteerd. Afwijkingen worden toegelicht in de jaarrekening:
d. In afwijking van het Burgerlijk Wetboek Boek 2 artikel 365, lid 2 mag bij de activering van immateriële vaste activa geen wettelijke reserve in de jaarrekening opgenomen worden.
a. De waardering geschiedt tegen verkrijging- of vervaardigingprijs, onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en eventuele opgetreden waardeverminderingen.
b. Afschrijving dient te geschieden volgens de lineaire methode, op basis van de economische levensduur van de vaste activa.
c. Bij het bepalen van de afschrijvingstermijnen worden in beginsel de volgende termijnen gehanteerd. Afwijkingen worden toegelicht in de jaarrekening:
d. In afwijking van het Burgerlijk Wetboek Boek 2 artikel 365, lid 2 mag bij de activering van immateriële vaste activa geen wettelijke reserve in de jaarrekening opgenomen worden.
3. Een baten-lastendienst zal geen financiële vaste activa bezitten.
4. Bij eigen vermogen gelden de volgende bepalingen: a. In de balans van een baten-lastendienst, niet zijnde de openingsbalans, kunnen slechts als vormen van het eigen vermogen worden opgenomen: – een exploitatiereserve;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
– een exploitatiereserve;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
b. Het eigen vermogen van een baten-lastendienst is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. Indien een baten-lastendienst korter dan drie jaar bestaat, wordt de gemiddelde jaaromzet berekend over deze kortere periode. Indien de hiervoor vermelde maximumomvang dan wel de in lid 4c gestelde minimumomvang wordt overschreden, dan wordt dit overeenkomstig het tweede lid van artikel 19 hersteld. Onder de omzet van een baten-lastendienst wordt verstaan: Opbrengst moederdepartement, Opbrengst overige departementen en Opbrengst derden.
c. Het totaal van het eigen vermogen van een baten-lastendienst mag ultimo jaar niet minder bedragen dan nul.
d. Het onverdeeld resultaat wordt, na vaststelling van de jaarrekening, in zijn geheel toegevoegd aan de exploitatiereserve van een baten-lastendienst.
a. In de balans van een baten-lastendienst, niet zijnde de openingsbalans, kunnen slechts als vormen van het eigen vermogen worden opgenomen: – een exploitatiereserve;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
– een exploitatiereserve;
– het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.
b. Het eigen vermogen van een baten-lastendienst is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. Indien een baten-lastendienst korter dan drie jaar bestaat, wordt de gemiddelde jaaromzet berekend over deze kortere periode. Indien de hiervoor vermelde maximumomvang dan wel de in lid 4c gestelde minimumomvang wordt overschreden, dan wordt dit overeenkomstig het tweede lid van artikel 19 hersteld. Onder de omzet van een baten-lastendienst wordt verstaan: Opbrengst moederdepartement, Opbrengst overige departementen en Opbrengst derden.
c. Het totaal van het eigen vermogen van een baten-lastendienst mag ultimo jaar niet minder bedragen dan nul.
d. Het onverdeeld resultaat wordt, na vaststelling van de jaarrekening, in zijn geheel toegevoegd aan de exploitatiereserve van een baten-lastendienst.
5. Langlopend vreemd vermogen kan uitsluitend bestaan uit leningen van het ministerie van Financiën, zoals bedoeld in artikel 9.
6. Het rekening-courantkrediet bij de ’s Rijks schatkist is voor een baten-lastendienst per ultimo jaar gemaximeerd op € 0,5 miljoen.
7. Voorzieningen worden in beginsel opgenomen overeenkomstig Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De keuze om de genoemde voorzieningen niet op te nemen, wordt toegelicht in de jaarrekening. Dotatie, onttrekking en vrijval van voorzieningen worden vermeld en afzonderlijk toegelicht in de jaarrekening.
8. Vorderingen en schulden in relatie tot het moederdepartement waaronder de baten-lastendienst ressorteert worden toegelicht bij de toelichting op de afzonderlijke posten in de balans van de jaarrekening.
9. Indien de verhuurcontractvoorwaarden volgens Burgerlijk Wetboek Boek 2 Titel 9 activering bij baten-lastendiensten vereisen, activeert de RGD conform de uitgangspunten van het Rijkshuisvestingsstelsel.