BWBR0029589
Geldig vanaf 01-08-2016
Artikel 29
Inrichtingsbesluit WVO BES
1. Het bevoegd gezag van een school voor mavo of vbo kan een leerling, na overleg met de leerling en, indien de leerling minderjarig is, met diens ouders, voogden of verzorgers, ontheffing verlenen van het volgen van het onderwijs in lichamelijke opvoeding, indien de leerling vanwege diens lichamelijke gesteldheid niet in staat is dit onderwijs te volgen. Het bevoegd gezag geeft de inspectie kennis van de verleende ontheffing en vermeldt daarbij de gronden waarop deze ontheffing berust.
2. Het bevoegd gezag kan toestaan dat een ontheffing, verleend voor de eerste twee leerjaren van het volgen van een tweede moderne vreemde taal, tevens geldt als ontheffing voor die taal voor de periode waarin de leerling onderwijs in de kaderberoepsgerichte, theoretische of gemengde leerweg volgt, met dien verstande dat Arabische taal, Turkse taal, Duitse taal, Papiaments, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde in de plaats komt van het onderwijs in de taal waarvoor de vrijstelling is verleend. Deze toestemming kan slechts worden verleend ten behoeve van leerlingen die:
a. op grond van artikel 18, tweede lid, beschikken over een ontheffing en deze ontheffing wordt voortgezet,
b. in de periode van de eerste twee leerjaren onderwijs in de Arabische taal, de Turkse taal, Duitse taal of Papiaments volgden, of
c. onderwijs gaan volgen in de basisberoepsgerichte leerweg en die in het schooljaar voorafgaand aan het betrokken schooljaar leerwegondersteunend onderwijs volgden.
3. Dit artikel geldt tevens voor leerlingen die in een hoger leerjaar voor de eerste maal in Nederland tot een school zijn toegelaten.
4. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, die in het bezit is van het diploma vmbo in de kaderberoepsgerichte leerweg of de basisberoepsgerichte leerweg en die in plaats van de vakken, als bedoeld in artikel 18 van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 16 van de wet of artikel 21 dan wel 20, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
5. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, die in het bezit is van het diploma vmbo in een andere leerweg, een diploma vwo of een diploma havo, is van het volgen van onderwijs vrijgesteld indien het betreft vakken waarmee overeenkomen een of meer vakken waarin examen is afgelegd, of waarmee overeenkomen vakken waarin als extra vak examen is afgelegd.
6. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, die in het bezit is van het diploma vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg en die in plaats van de vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, genoemd in artikel 18 van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van de kaderberoepsgerichte leerweg, genoemd in artikel 18, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
7. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de gemengde leerweg, die in het bezit is van het diploma vmbo in een andere leerweg, en die in plaats van de vakken van de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 29 van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken, genoemd in artikel 16 of artikel 18 van de wet, artikel 20 dan wel artikel 21, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak, respectievelijk deze vakken.
2. Het bevoegd gezag kan toestaan dat een ontheffing, verleend voor de eerste twee leerjaren van het volgen van een tweede moderne vreemde taal, tevens geldt als ontheffing voor die taal voor de periode waarin de leerling onderwijs in de kaderberoepsgerichte, theoretische of gemengde leerweg volgt, met dien verstande dat Arabische taal, Turkse taal, Duitse taal, Papiaments, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde in de plaats komt van het onderwijs in de taal waarvoor de vrijstelling is verleend. Deze toestemming kan slechts worden verleend ten behoeve van leerlingen die:
a. op grond van artikel 18, tweede lid, beschikken over een ontheffing en deze ontheffing wordt voortgezet,
b. in de periode van de eerste twee leerjaren onderwijs in de Arabische taal, de Turkse taal, Duitse taal of Papiaments volgden, of
c. onderwijs gaan volgen in de basisberoepsgerichte leerweg en die in het schooljaar voorafgaand aan het betrokken schooljaar leerwegondersteunend onderwijs volgden.
3. Dit artikel geldt tevens voor leerlingen die in een hoger leerjaar voor de eerste maal in Nederland tot een school zijn toegelaten.
4. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, die in het bezit is van het diploma vmbo in de kaderberoepsgerichte leerweg of de basisberoepsgerichte leerweg en die in plaats van de vakken, als bedoeld in artikel 18 van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 16 van de wet of artikel 21 dan wel 20, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
5. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, die in het bezit is van het diploma vmbo in een andere leerweg, een diploma vwo of een diploma havo, is van het volgen van onderwijs vrijgesteld indien het betreft vakken waarmee overeenkomen een of meer vakken waarin examen is afgelegd, of waarmee overeenkomen vakken waarin als extra vak examen is afgelegd.
6. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, die in het bezit is van het diploma vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg en die in plaats van de vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, genoemd in artikel 18 van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van de kaderberoepsgerichte leerweg, genoemd in artikel 18, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
7. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de gemengde leerweg, die in het bezit is van het diploma vmbo in een andere leerweg, en die in plaats van de vakken van de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 29 van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken, genoemd in artikel 16 of artikel 18 van de wet, artikel 20 dan wel artikel 21, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak, respectievelijk deze vakken.
- Citeren als
- Art. 29
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029589
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl