BWBR0029452
Geldig vanaf 2011-01-22
Artikel 3
Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie
1. De secretaris-generaal wordt toegestaan ondermandaat te verlenen aan:
a. een directeur-generaal;
b. de plaatsvervangend secretaris-generaal;
c. de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding;
d. het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid;
e. andere bij het ministerie werkzame ambtenaren, voor zover zij niet ressorteren onder een directeur-generaal.
2. Verleend ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.
a. een directeur-generaal;
b. de plaatsvervangend secretaris-generaal;
c. de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding;
d. het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid;
e. andere bij het ministerie werkzame ambtenaren, voor zover zij niet ressorteren onder een directeur-generaal.
2. Verleend ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.