BWBR0029424
Geldig vanaf 14-02-2013
Artikel 5
Beleidsregels UWV onderzoek interne jobcoaching
1. Het UWV bepaalt de hoogte van de toe te kennen subsidie aan de hand van de volgende parameters:
a. de mate waarin de persoon begeleid wordt aan de hand van het schema van de begeleidingsregimes zoals opgenomen in de toelichting bij deze beleidsregel;
b. een maximum vergoeding per te begeleiden persoon afhankelijk van het toegekende begeleidingsregime en het aantal werkuren per week;
c. het middenregime geldt voor de standaardsituatie als passend. Alleen in uitzonderingsgevallen kan het intensieve regime worden ingezet;
d. uitgangspunt is dat de begeleiding zo snel mogelijk doch uiterlijk na 3 jaar is afgebouwd. Is direct voorafgaand aan subsidieverlening op grond van dit besluit begeleiding toegekend op grond van artikel 35 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of artikel 2:22 van de Wet Wajong, dan wordt de periode waarover deze begeleiding is toegekend mede in aanmerking genomen voor de vaststelling van de periode van 3 jaar.
2. Bij het intensieve begeleidingsregime en een dienstverband van tenminste 24 uur per week bedraagt de maximum vergoeding op jaarbasis per persoon € 6800,–, bij het midden regime € 4500,– , bij het lichte regime € 2700,– en bij het zeer lichte regime € 1400,–.
3. Bij een dienstverband van minder dan 24 uur per week wordt de maximum vergoeding naar rato vastgesteld.
4. Bij de verlening van de subsidie gaat UWV uit van de aanname dat het dienstverband van de te begeleiden persoon doorloopt tot het einde van het lopende kalenderjaar.
5. Het UWV geeft een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag.
6. Na afloop van het kalenderjaar stelt het UWV de definitieve subsidie vast op basis van de feitelijke duur van het dienstverband en/of feitelijk gewerkte uren van de te begeleiden persoon en aan de hand van een door de werkgever gegeven financiële verantwoording.
a. de mate waarin de persoon begeleid wordt aan de hand van het schema van de begeleidingsregimes zoals opgenomen in de toelichting bij deze beleidsregel;
b. een maximum vergoeding per te begeleiden persoon afhankelijk van het toegekende begeleidingsregime en het aantal werkuren per week;
c. het middenregime geldt voor de standaardsituatie als passend. Alleen in uitzonderingsgevallen kan het intensieve regime worden ingezet;
d. uitgangspunt is dat de begeleiding zo snel mogelijk doch uiterlijk na 3 jaar is afgebouwd. Is direct voorafgaand aan subsidieverlening op grond van dit besluit begeleiding toegekend op grond van artikel 35 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of artikel 2:22 van de Wet Wajong, dan wordt de periode waarover deze begeleiding is toegekend mede in aanmerking genomen voor de vaststelling van de periode van 3 jaar.
2. Bij het intensieve begeleidingsregime en een dienstverband van tenminste 24 uur per week bedraagt de maximum vergoeding op jaarbasis per persoon € 6800,–, bij het midden regime € 4500,– , bij het lichte regime € 2700,– en bij het zeer lichte regime € 1400,–.
3. Bij een dienstverband van minder dan 24 uur per week wordt de maximum vergoeding naar rato vastgesteld.
4. Bij de verlening van de subsidie gaat UWV uit van de aanname dat het dienstverband van de te begeleiden persoon doorloopt tot het einde van het lopende kalenderjaar.
5. Het UWV geeft een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag.
6. Na afloop van het kalenderjaar stelt het UWV de definitieve subsidie vast op basis van de feitelijke duur van het dienstverband en/of feitelijk gewerkte uren van de te begeleiden persoon en aan de hand van een door de werkgever gegeven financiële verantwoording.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029424
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl