BWBR0029405
Geldig vanaf 2011-01-17
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar AID 2011
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 2, met uitzondering van de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam bij de Directie Visserij van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, is bevoegd bij de opsporing van strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar genoemd in artikel 2, eerste lid, en werkzaam bij een observatieteam van het Dienstonderdeel Opsporing kan gedurende de uitoefening van zijn taak worden uitgerust met:
a. handboeien van een door de ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type,
b. een korte wapenstok van een door de ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type,
c. pepperspray van een door de ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type,
d. een vuurwapen.
3. De in het eerste lid genoemde buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar worden uitgerust met een surveillancehond.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar genoemd in artikel 2, eerste lid, en werkzaam bij een observatieteam van het Dienstonderdeel Opsporing kan gedurende de uitoefening van zijn taak worden uitgerust met:
a. handboeien van een door de ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type,
b. een korte wapenstok van een door de ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type,
c. pepperspray van een door de ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type,
d. een vuurwapen.
3. De in het eerste lid genoemde buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar worden uitgerust met een surveillancehond.