BWBR0029403
Geldig vanaf 2011-01-12
Artikel 3
Subsidiebesluit particuliere justitiële jeugdinrichtingen
1. De exploitatiesubsidie wordt bepaald door de door Onze Minister per plaats vastgestelde normprijzen te vermenigvuldigen met de door Onze Minister vast te stellen operationele capaciteit, vermeerderd met een subsidie voor reservecapaciteit, vermeerderd met een subsidie voor tijdelijk buiten gebruik gestelde locaties of afdelingen van een particuliere inrichting. Bij de vaststelling van de normprijzen per plaats wordt de bestemming van de particuliere inrichting, zoals omschreven in artikel 8, tweede lid, van de wet, in aanmerking genomen. Onder de bestemming van de inrichting kan worden begrepen het met die bestemming verband houdende open of gesloten karakter van de inrichting. Op het aldus bepaalde bedrag kunnen toeslagen worden verstrekt.
2. Een procentuele verlaging van het bedrag van de exploitatiesubsidie vindt plaats, indien de gemiddelde jaarbezetting uitgedrukt in verblijfdagen minder bedraagt dan 90% van de voor de particuliere inrichting vastgestelde operationele capaciteit. De procentuele verlaging wordt bepaald met behulp van de volgende formule:
Voor particuliere inrichtingen met een vastgestelde operationele capaciteit tot 100 plaatsen:
[tabel]
voor particuliere inrichtingen met een vastgestelde operationele capaciteit vanaf 100 plaatsen:
[tabel]
3. Onze Minister kan de uitkomst van het tweede lid matigen, voor zover toepassing van het tweede lid, gelet op het belang van de continuïteit van de inrichting en daarmee de kwaliteit van de uitvoering van haar wettelijke taken, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2. Een procentuele verlaging van het bedrag van de exploitatiesubsidie vindt plaats, indien de gemiddelde jaarbezetting uitgedrukt in verblijfdagen minder bedraagt dan 90% van de voor de particuliere inrichting vastgestelde operationele capaciteit. De procentuele verlaging wordt bepaald met behulp van de volgende formule:
Voor particuliere inrichtingen met een vastgestelde operationele capaciteit tot 100 plaatsen:
[tabel]
voor particuliere inrichtingen met een vastgestelde operationele capaciteit vanaf 100 plaatsen:
[tabel]
3. Onze Minister kan de uitkomst van het tweede lid matigen, voor zover toepassing van het tweede lid, gelet op het belang van de continuïteit van de inrichting en daarmee de kwaliteit van de uitvoering van haar wettelijke taken, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.