BWBR0029373
Geldig vanaf 2014-11-03
Artikel 11
Regeling havenstaatcontrole 2011
1. De ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport kunnen een schip onderwerpen aan een controle als bedoeld in artikel 7 van verordening (EG) nr. 782/2003en artikel 3 van verordening (EG) nr. 536/2008.
2. Tenzij er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat een schip niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde verordening (EG) nr. 782/2003, blijft de inspectie beperkt tot:
a. een verificatie van de documenten die op grond van artikel 6, eerste lid, onder a en b, van de verordening aan boord dienen te zijn; of
b. een beperkte monsterneming van het aangroeiwerende verfsysteem van het schip, zonder afbreuk te doen aan de integriteit, structuur of werking van het aangroeiwerende verfsysteem.
3. Indien er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat het schip niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde verordening (EG) nr. 782/2003. onderwerpt een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport het schip aan een meer gedetailleerde inspectie.
2. Tenzij er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat een schip niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde verordening (EG) nr. 782/2003, blijft de inspectie beperkt tot:
a. een verificatie van de documenten die op grond van artikel 6, eerste lid, onder a en b, van de verordening aan boord dienen te zijn; of
b. een beperkte monsterneming van het aangroeiwerende verfsysteem van het schip, zonder afbreuk te doen aan de integriteit, structuur of werking van het aangroeiwerende verfsysteem.
3. Indien er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat het schip niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde verordening (EG) nr. 782/2003. onderwerpt een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en Transport het schip aan een meer gedetailleerde inspectie.