BWBR0029315
Geldig vanaf 01-01-2011
Artikel 6
Regeling ex-patriates 1998 BES
1. De werkgever kan de inspecteur schriftelijk verzoeken de werknemer voor een periode van 5 jaar aan te merken als ex-patriate in de zin van deze regeling. Het verzoek van de werkgever dient mede ondertekend te worden door de werknemer.
2. Indien de werkgever vóór het verstrijken van de in het eerste lid genoemde periode aannemelijk maakt dat tengevolge van het voortdurend gebrek aan specifieke deskundigheid op de arbeidsmarkt het noodzakelijk is dat de tewerkstelling van de ex-patriate wordt verlengd, kan de inspecteur door de werkgever schriftelijk worden verzocht de in het eerste lid genoemde termijn eenmalig te verlengen met maximaal 5 jaar. Het verzoek van de werkgever dient mede ondertekend te worden door de werknemer.
3. De inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking op de in het eerste en tweede lid bedoelde verzoeken.
2. Indien de werkgever vóór het verstrijken van de in het eerste lid genoemde periode aannemelijk maakt dat tengevolge van het voortdurend gebrek aan specifieke deskundigheid op de arbeidsmarkt het noodzakelijk is dat de tewerkstelling van de ex-patriate wordt verlengd, kan de inspecteur door de werkgever schriftelijk worden verzocht de in het eerste lid genoemde termijn eenmalig te verlengen met maximaal 5 jaar. Het verzoek van de werkgever dient mede ondertekend te worden door de werknemer.
3. De inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking op de in het eerste en tweede lid bedoelde verzoeken.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0029315
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl