BWBR0029156
Geldig vanaf 2011-04-01
Artikel 5a
Beleidsregels Regeling GLB-inkomenssteun 2006
Ingevolge artikel 21a, vierde lid, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, wordt een perceel landbouwgrond niet voor de uitvoering van de landbouw gebruikt of beschikbaar gehouden indien:
a. het perceel een recreatieve functie kent, blijkend uit het feit dat het perceel wordt betreden of gebruikt ten behoeve van vrijetijdsbesteding, zoals: 1. parken;
2. speelweides;
3. sportvelden, zoals voetbalvelden of golfbanen;
4. onverharde landingsbanen voor luchtsport en luchtvaarthobby’s;
5. kampeerterreinen;
6. moestuinen;
7. siertuinen, zoals bloemen- en kruidentuinen;
8. gazons;
9. erven, inclusief opslagplaatsen, smalle stroken langs gebouwen of kassen;
10. springweides;
11. paardenbakken;
12. dressuurplaatsen;
13. uitloopbakken;
14. geitenweides;
15. kinderboerderijen;
1. parken;
2. speelweides;
3. sportvelden, zoals voetbalvelden of golfbanen;
4. onverharde landingsbanen voor luchtsport en luchtvaarthobby’s;
5. kampeerterreinen;
6. moestuinen;
7. siertuinen, zoals bloemen- en kruidentuinen;
8. gazons;
9. erven, inclusief opslagplaatsen, smalle stroken langs gebouwen of kassen;
10. springweides;
11. paardenbakken;
12. dressuurplaatsen;
13. uitloopbakken;
14. geitenweides;
15. kinderboerderijen;
b. het perceel hoofdzakelijk een verkeerskundige of infrastructurele functie kent, zoals: 1. bermen langs geasfalteerde of verharde doorgaande wegen;
2. bermen langs parkeerterreinen of toegangspaden;
3. onverharde, maar permanente paden;
4. stroken grasland langs verharde landingsbanen voor vliegverkeer;
1. bermen langs geasfalteerde of verharde doorgaande wegen;
2. bermen langs parkeerterreinen of toegangspaden;
3. onverharde, maar permanente paden;
4. stroken grasland langs verharde landingsbanen voor vliegverkeer;
c. het perceel een bovenste bodemlaag heeft die vanwege in Nederland gebruikelijke natuurlijke omstandigheden zoals getijde, neerslag, of grondwaterstand, onbruikbaar zijn voor de landbouw zoals: 1. slikken;
2. schorren en kwelders, tenzij deze beteelbaar of beweidbaar zijn in de aaneengesloten periode tussen 31 mei en 31 augustus.
1. slikken;
2. schorren en kwelders, tenzij deze beteelbaar of beweidbaar zijn in de aaneengesloten periode tussen 31 mei en 31 augustus.
a. het perceel een recreatieve functie kent, blijkend uit het feit dat het perceel wordt betreden of gebruikt ten behoeve van vrijetijdsbesteding, zoals: 1. parken;
2. speelweides;
3. sportvelden, zoals voetbalvelden of golfbanen;
4. onverharde landingsbanen voor luchtsport en luchtvaarthobby’s;
5. kampeerterreinen;
6. moestuinen;
7. siertuinen, zoals bloemen- en kruidentuinen;
8. gazons;
9. erven, inclusief opslagplaatsen, smalle stroken langs gebouwen of kassen;
10. springweides;
11. paardenbakken;
12. dressuurplaatsen;
13. uitloopbakken;
14. geitenweides;
15. kinderboerderijen;
1. parken;
2. speelweides;
3. sportvelden, zoals voetbalvelden of golfbanen;
4. onverharde landingsbanen voor luchtsport en luchtvaarthobby’s;
5. kampeerterreinen;
6. moestuinen;
7. siertuinen, zoals bloemen- en kruidentuinen;
8. gazons;
9. erven, inclusief opslagplaatsen, smalle stroken langs gebouwen of kassen;
10. springweides;
11. paardenbakken;
12. dressuurplaatsen;
13. uitloopbakken;
14. geitenweides;
15. kinderboerderijen;
b. het perceel hoofdzakelijk een verkeerskundige of infrastructurele functie kent, zoals: 1. bermen langs geasfalteerde of verharde doorgaande wegen;
2. bermen langs parkeerterreinen of toegangspaden;
3. onverharde, maar permanente paden;
4. stroken grasland langs verharde landingsbanen voor vliegverkeer;
1. bermen langs geasfalteerde of verharde doorgaande wegen;
2. bermen langs parkeerterreinen of toegangspaden;
3. onverharde, maar permanente paden;
4. stroken grasland langs verharde landingsbanen voor vliegverkeer;
c. het perceel een bovenste bodemlaag heeft die vanwege in Nederland gebruikelijke natuurlijke omstandigheden zoals getijde, neerslag, of grondwaterstand, onbruikbaar zijn voor de landbouw zoals: 1. slikken;
2. schorren en kwelders, tenzij deze beteelbaar of beweidbaar zijn in de aaneengesloten periode tussen 31 mei en 31 augustus.
1. slikken;
2. schorren en kwelders, tenzij deze beteelbaar of beweidbaar zijn in de aaneengesloten periode tussen 31 mei en 31 augustus.