BWBR0029122
Geldig vanaf 2010-12-19
Artikel 6
Besluit Ereteken voor Verdienste van het Ministerie van Buitenlandse Zaken
1. Degene aan wie het Ereteken voor Verdienste in goud is toegekend, is bevoegd dit te dragen aan het lint om de hals.
2. Degene aan wie het Ereteken voor Verdienste in zilver is toegekend, is bevoegd deze te dragen aan het lint op de linkerborst.
3. In plaats van het dragen van het Ereteken voor Verdienste aan het lint om de hals of aan het lint op de linkerborst mag een draagteken dat bestaat uit een lint opgemaakt in de vorm van een strik, worden gedragen.
4. In plaats van het dragen van het Ereteken voor Verdienste aan het lint om de hals of aan het lint op de linkerborst mag op uniformkleding een baton van het lint ter grootte van 27 bij 11 mm worden gedragen.
5. In plaats van het Ereteken voor Verdienste aan het lint om de hals of het Ereteken voor Verdienste aan het lint op de linkerborst of het draagteken in de vorm van een strik of van de baton, mag een verkleinde vorm van het Ereteken voor Verdienste op de linkerborstworden gedragen.
2. Degene aan wie het Ereteken voor Verdienste in zilver is toegekend, is bevoegd deze te dragen aan het lint op de linkerborst.
3. In plaats van het dragen van het Ereteken voor Verdienste aan het lint om de hals of aan het lint op de linkerborst mag een draagteken dat bestaat uit een lint opgemaakt in de vorm van een strik, worden gedragen.
4. In plaats van het dragen van het Ereteken voor Verdienste aan het lint om de hals of aan het lint op de linkerborst mag op uniformkleding een baton van het lint ter grootte van 27 bij 11 mm worden gedragen.
5. In plaats van het Ereteken voor Verdienste aan het lint om de hals of het Ereteken voor Verdienste aan het lint op de linkerborst of het draagteken in de vorm van een strik of van de baton, mag een verkleinde vorm van het Ereteken voor Verdienste op de linkerborstworden gedragen.