BWBR0028985
Geldig vanaf 2011-01-01
Artikel 11
Subsidieregeling Veilig Verkeer Nederland 2010
1. Onverminderd de artikelen 4:68, 4:69en 4:70 van de wetgelden de volgende verplichtingen voor Veilig Verkeer Nederland:
a. het afronden van de uitvoering van projecten en producten waarvoor subsidie is verleend, voor het tijdstip dat daarvoor is aangegeven in de beschikking tot subsidieverlening;
b. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending daarvan, zoals financiering van projecten en producten vanuit andere bronnen;
c. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de gesubsidieerde projecten en producten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
d. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het verstrekken van desverlangd alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;
e. het de minister vooraf schriftelijk op de hoogte stellen in geval bekendheid wordt gegeven aan projecten, producten of standpunten met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter;
f. het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate Veilig Verkeer Nederland bij het uitvoeren van een gesubsidieerd project, een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de in artikel 2 omschreven doelen van deze regeling;
g. het vormen van een egalisatiereserve;
h. het in acht nemen van het controleprotocol, en
i. het informeren van de minister over het wijzigen van de statuten.
2. Voorts kan de minister bij de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen voor Veilig Verkeer Nederland opleggen met betrekking tot:
a. het geven van bekendheid aan de gesubsidieerde projecten en producten van Veilig Verkeer Nederland alsmede aan de resultaten ervan;
b. het zonder vergoeding aan de minister of een door de minister aangewezen derde verstrekken van door de minister benodigde, op gesubsidieerde projecten en producten van Veilig Verkeer Nederland gerichte informatie;
c. het verkrijgen van andere financiële middelen, en
d. andere verplichtingen die de minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.
3. Tevens draagt Veilig Verkeer Nederland er zorg voor dat:
a. een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde projecten en producten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds, en
b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder e.
a. het afronden van de uitvoering van projecten en producten waarvoor subsidie is verleend, voor het tijdstip dat daarvoor is aangegeven in de beschikking tot subsidieverlening;
b. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de subsidie en op de rechtmatige en de doelmatige aanwending daarvan, zoals financiering van projecten en producten vanuit andere bronnen;
c. het onverwijld doen van een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de gesubsidieerde projecten en producten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
d. het verlenen van medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, dat wordt verricht namens of in opdracht van de minister of door de Algemene Rekenkamer en het verstrekken van desverlangd alle informatie aan degene die met dit onderzoek is belast;
e. het de minister vooraf schriftelijk op de hoogte stellen in geval bekendheid wordt gegeven aan projecten, producten of standpunten met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter;
f. het verlenen van medewerking binnen een door de minister te stellen termijn aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek teneinde te beoordelen in welke mate Veilig Verkeer Nederland bij het uitvoeren van een gesubsidieerd project, een toegevoegde waarde heeft geleverd aan de in artikel 2 omschreven doelen van deze regeling;
g. het vormen van een egalisatiereserve;
h. het in acht nemen van het controleprotocol, en
i. het informeren van de minister over het wijzigen van de statuten.
2. Voorts kan de minister bij de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen voor Veilig Verkeer Nederland opleggen met betrekking tot:
a. het geven van bekendheid aan de gesubsidieerde projecten en producten van Veilig Verkeer Nederland alsmede aan de resultaten ervan;
b. het zonder vergoeding aan de minister of een door de minister aangewezen derde verstrekken van door de minister benodigde, op gesubsidieerde projecten en producten van Veilig Verkeer Nederland gerichte informatie;
c. het verkrijgen van andere financiële middelen, en
d. andere verplichtingen die de minister wenselijk acht ter verwezenlijking van het doel van de subsidie.
3. Tevens draagt Veilig Verkeer Nederland er zorg voor dat:
a. een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat een gescheiden administratie van kosten en baten wordt gevoerd voor de gesubsidieerde projecten en producten enerzijds en de overige activiteiten anderzijds, en
b. een onderzoek als bedoeld in artikel 4:79, eerste lid, van de wet wordt uitgevoerd en dat dit onderzoek geschiedt met inachtneming van hetgeen daarover is bepaald in het controleprotocol, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder e.