BWBR0028931
Geldig vanaf 2010-11-14
Artikel 2
Mandaatbesluit openbaar ministerie regionaal directeur bedrijfsvoering arrondissementsparketten te Dordrecht en Rotterdam 2009
1) Volmacht privaatrechtelijke rechtshandelingen Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt volmacht verleend om ten behoeve van de bedrijfsvoering van de arrondissementsparketten Dordrecht en Rotterdam: a) dienstverleningsovereenkomsten met de dienstverleningsorganisatie OM af te sluiten. De regionaal directeur bedrijfsvoering treedt als zodanig op als contractmanager, en;
b) externen in te huren.
a) dienstverleningsovereenkomsten met de dienstverleningsorganisatie OM af te sluiten. De regionaal directeur bedrijfsvoering treedt als zodanig op als contractmanager, en;
b) externen in te huren.
2) Budgetverantwoordelijkheid Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend om besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen voor zover deze de besteding en de uitputting van het budget betreffen met betrekking tot de arrondissementsparketten Dordrecht en Rotterdam, een en ander met inachtneming van het – via het jaarplan – aan de arrondissementsparketten Dordrecht en Rotterdam toegekende budget, de aanwijzingen die aan hem zijn gegeven door de voorzitter van het Bestuur, de nadere regelgeving als bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid van Mandaatbesluit openbaar ministerie (arrondissementsparketten) 2009 en de voor het budgethouderschap geldende voorschriften.
3) Beheermandaat (dagelijkse gang van zaken) Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet, om besluiten te nemen, stukken af te doen en uitgaande brieven te ondertekenen die betrekking hebben op de bedrijfsvoering met uitzondering van de besluiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef, onderdeel a, b en c.
4) Personeelsmandaat Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend om: a) Besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen, al dan niet met rechtspositionele gevolgen, voor zover het de ambtenaren aangaat met uitzondering van de besluiten en/of handelingen bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef, onderdeel a, b en c. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend op basis van de geldende voorschriften, de vastgestelde formatie en het toegekende personele budget.
b) Besluiten te nemen waarmee aan ambtenaren een schadeloosstelling wordt toegekend tot het bedrag van € 5.000,– op jaarbasis.
c) Besluiten te nemen waarmee aan ambtenaren een eenmalige of periodieke toeslag wordt toegekend tot het bedrag van € 5.000,– op jaarbasis.
a) Besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen, al dan niet met rechtspositionele gevolgen, voor zover het de ambtenaren aangaat met uitzondering van de besluiten en/of handelingen bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef, onderdeel a, b en c. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend op basis van de geldende voorschriften, de vastgestelde formatie en het toegekende personele budget.
b) Besluiten te nemen waarmee aan ambtenaren een schadeloosstelling wordt toegekend tot het bedrag van € 5.000,– op jaarbasis.
c) Besluiten te nemen waarmee aan ambtenaren een eenmalige of periodieke toeslag wordt toegekend tot het bedrag van € 5.000,– op jaarbasis.
5) Mandaat arbeidsomstandigheden a) Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend om het arbeidsomstandighedenbeleid te coördineren en uit te voeren zoals dat geldt binnen het openbaar ministerie en hij volgt daarbij – voor zover het betreft de huisvesting en de materiële voorzieningen – het voor het openbaar ministerie geldende arbeidsomstandighedenbeleid.
b) Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend de bevoegdheden uit te oefenen die op grond van de Arbeidsomstandighedenwet vereist zijn.
a) Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend om het arbeidsomstandighedenbeleid te coördineren en uit te voeren zoals dat geldt binnen het openbaar ministerie en hij volgt daarbij – voor zover het betreft de huisvesting en de materiële voorzieningen – het voor het openbaar ministerie geldende arbeidsomstandighedenbeleid.
b) Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend de bevoegdheden uit te oefenen die op grond van de Arbeidsomstandighedenwet vereist zijn.
b) externen in te huren.
a) dienstverleningsovereenkomsten met de dienstverleningsorganisatie OM af te sluiten. De regionaal directeur bedrijfsvoering treedt als zodanig op als contractmanager, en;
b) externen in te huren.
2) Budgetverantwoordelijkheid Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend om besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen voor zover deze de besteding en de uitputting van het budget betreffen met betrekking tot de arrondissementsparketten Dordrecht en Rotterdam, een en ander met inachtneming van het – via het jaarplan – aan de arrondissementsparketten Dordrecht en Rotterdam toegekende budget, de aanwijzingen die aan hem zijn gegeven door de voorzitter van het Bestuur, de nadere regelgeving als bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid van Mandaatbesluit openbaar ministerie (arrondissementsparketten) 2009 en de voor het budgethouderschap geldende voorschriften.
3) Beheermandaat (dagelijkse gang van zaken) Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet, om besluiten te nemen, stukken af te doen en uitgaande brieven te ondertekenen die betrekking hebben op de bedrijfsvoering met uitzondering van de besluiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef, onderdeel a, b en c.
4) Personeelsmandaat Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend om: a) Besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen, al dan niet met rechtspositionele gevolgen, voor zover het de ambtenaren aangaat met uitzondering van de besluiten en/of handelingen bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef, onderdeel a, b en c. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend op basis van de geldende voorschriften, de vastgestelde formatie en het toegekende personele budget.
b) Besluiten te nemen waarmee aan ambtenaren een schadeloosstelling wordt toegekend tot het bedrag van € 5.000,– op jaarbasis.
c) Besluiten te nemen waarmee aan ambtenaren een eenmalige of periodieke toeslag wordt toegekend tot het bedrag van € 5.000,– op jaarbasis.
a) Besluiten te nemen, stukken af te doen en brieven te ondertekenen, al dan niet met rechtspositionele gevolgen, voor zover het de ambtenaren aangaat met uitzondering van de besluiten en/of handelingen bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef, onderdeel a, b en c. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend op basis van de geldende voorschriften, de vastgestelde formatie en het toegekende personele budget.
b) Besluiten te nemen waarmee aan ambtenaren een schadeloosstelling wordt toegekend tot het bedrag van € 5.000,– op jaarbasis.
c) Besluiten te nemen waarmee aan ambtenaren een eenmalige of periodieke toeslag wordt toegekend tot het bedrag van € 5.000,– op jaarbasis.
5) Mandaat arbeidsomstandigheden a) Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend om het arbeidsomstandighedenbeleid te coördineren en uit te voeren zoals dat geldt binnen het openbaar ministerie en hij volgt daarbij – voor zover het betreft de huisvesting en de materiële voorzieningen – het voor het openbaar ministerie geldende arbeidsomstandighedenbeleid.
b) Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend de bevoegdheden uit te oefenen die op grond van de Arbeidsomstandighedenwet vereist zijn.
a) Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend om het arbeidsomstandighedenbeleid te coördineren en uit te voeren zoals dat geldt binnen het openbaar ministerie en hij volgt daarbij – voor zover het betreft de huisvesting en de materiële voorzieningen – het voor het openbaar ministerie geldende arbeidsomstandighedenbeleid.
b) Aan de regionaal directeur bedrijfsvoering wordt mandaat verleend de bevoegdheden uit te oefenen die op grond van de Arbeidsomstandighedenwet vereist zijn.